is toegevoegd aan uw favorieten.

Huig de Groot en Maria van Reigersbergen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lis HUIG de GROOT en

kind! dat medelijden kon wel eens liefde worden... Maar wel aan! geef mij mijn fluijer Elsje 1 en verzei mij tot het huis van Mevrouw Roos ... ik zal haar mondeling de geheele gebeurtenis verhaalen. Cornelia.

Och moeder! gij zult immers fpoedig wederkomen en niet weg blijven zo als vader.

Maria (haar kusfchende en omhelzende...)

Neen! mijn lieve! moeder zal fpoedig wedcrkeeren ... maar 't is vaders fchuld ook niet, dat hij niet tot ons wederkeert... Wij hoopen, dat vader ook fpoedig wederkeeren zal...

Elsje (brengt den fluijer aan Mevrouw de Groot.)

Och Mevrouw! ieder die het huis voorbijgaat, ziet het aan, als of hij het nooit heeft gezien, en als of zij bang zijn, dat de gevel hem op het hoofd ftortcn zal.

M aria.

Jaa het huis zal ook veel van gedaante veranderd zijn, omdat men mijn de Groot gevangen genomen

heeft maar veele vrienden zullen het huis wel

mijden, even eens als of 'er een pestziekte in heerschte, en waarlijk het ongeluk van eenen Staatsman is dikwerf zo bcfmettclijk als de pest. Kom gaan wij. Goeden dag kinderen! tot (hakjes Keetje !

Wil»