is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven betreffende de beoefening der godgeleerdheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 224 )

Christendom voor u en anderen zyn èn blyven, My dankt, in onzen tyd zou men menige dergelyke takken wenfchen; maar ik beklaag hen en betreur het Christendom om hun. Hadden de Apostelen zoo gedacht, hadden zy zich in hunnen boezem, als koude bedriegers vaneenen niet opgeftaanen Christus gevoeld en zich met eene bevende vrees tot vergoeding van hun liegen * dat zy tegen willekeur moesten doen, aan4 eenige zedekunde uit den mond van Jefus gehouden , waar zou Christus, waar het Christendom tegenwoordig zyn ? Hunne vrolykheid in leven en in fierven kwam alleen daar van daan, dat zy noodwendig en van God gefchikt, eene waare, zelf geziene gefchiedenis , byzonder de Opftanding moesten prediken. Juist de eenvoudigheid van deeze Leer, als eene zekere, zelf beleefde daad» zaak bragt het meest aan de omkeering toe, die het Christendom maakte. De bloote leeringen , twyfelingen, wysgeerige vraagen en onderzoekingen over den dienst en de vereering van God, over de onfterflykheid en het eeuwig leven, was men moede. Eeuwen lang was men door het disputeren niet verder gekomen, dan men in het begin was, en de menfchelyke Ziel wil zeker» heid, zy verlangt naar daadzaaken. Deeze bygevolg, die alles bevatten, het welk .aan de anderen ontbrak, nam men met de grootfte begeerte aan : de zedekunde van het Christendom werd eene daadzaak in de zeden zyner Leerlingen, de rust,

die