is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene kerkelijke geschiedenis, der christenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS.

75'

jnaakten hunne overige kleding uit. De flok, dien zij droegen, leert, dat zij tegen zoo vele hondfche ondeugden, die hen aanblaffen, en onzichtbare bees- ] ten der Geestelijke boosheid, niet ongewapend mog- 1 ten wezen. Eindelijk , dewijl de fchoenen in het Euangelïe verboden zijn, beveiligden zij hunne voeten tegen koude en hitte, alleen door muilen of pan-' tofelen, als eene blijk van eene flechts geringe deelneming aan de belangen dezer Wereld: en zelfs deze trokken zij, bij de Godsdienst-oefening, uit.

In het tweede Boek begint cassianus te berichten , welke gewoonte de Egyptifche Monniken, bij het gebed, en in het gemeen, bij den Godsdienst waarnemen; en wel in hunne Avond- en NachtGodsdicnften, waar bij zij beflemde gebeden - uuren hebben. (Orationes Canonica.') Bij de gebeden knielen de Egijptifche Monniken niet, van Saturdag tot Zondag avond, noch in den geheelen tijd, tusfehen Paasfchen en Pinkfteren. In het derde Boek befchrijft ' cassianus de Godsdienst der Monniken overdag, en hunne vastgeftelde bid - uuren , waar in wij, duidelijk, den oorfprong der bekende zeven Hora Canonic<s, Matutina, Prima, Tertia, Sexta, Nona, Officium Vesperarum, Completorium, ontdekken. De Oosterfche Monniken vasten niet op Saturdag, hoedanig vasten bij de Roomfche Gemeente en eenige anderen in het Westen plaats had, evenwel niet bij allen, vvaarüm ambrosius, Bisfchop Van Milaan, aan augustinus fchrijft (*): „Als

„ ik

(*) augüst. T. II. Opp. Ep. 30". p. 53, Ep. 54. p. 94.

III

boek VI

Ioofdfl. ia C. G, [aar 363. :ot 470.

Oorfprongder Hora Canoniek