is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vermogen van den souverein in de bepaaling van de vrye godsdienst-oeffening onderzocht, of Wysgeerige aanmerkingen over de kerkelyke hervorming van [...] Joseph de II

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7<5 )

Godsvrugt en eenzaamheid van 't Kloofterlyk leeven niet kan doemen, zonder ter zeiver tyd de Leerregelen, en raadgeevingen van 't Evangelie te doemen.

Tcrwyl de Munniken de Wilderniflen bevolkt, de woede Landsdouwen vrugtbaar gemaakt, Steden d oen bouwen, den armen gevoed, en een voorbeeld van Zedigheid, Naarftigheid en.Huishoudkunde gegeeven hebben; moet men bekennen dat hunne inftelling nuttig geweeft zy aan de Maatfchappy. Maar men zal inbrengen, zy hebben den voorigen geeft van hunnen Staat verlooren: zy zyn onverdraagzaam, vadzig, vol treeken en losbandig geworden. De haat en partygeeft die in deeze onrechtvaardige verwytingen doorftraaleh, fpringen ieder voor het hoofd. Ten anderen op wiens rekening zoude -het ftaan, indien de Munniken in der daad van hun voorig leeven ontaard waren? wie heeft de Biffchoppen en Prelaaten gekooren en aangefteld, wier taak het is om hunne onderhoorige Geeftelyken , door goede voorbeelden te ftigten, te onderrichten, te hervormen, terug te leiden tot hunne eerfte inftclling, en hen tot het algemeen welweezen te doen medewerken ? waarom hebben de Vorften de Prelaatfchappen aan kwaade handen toevertronwd ? Waarom heeft een kwaade onderrichting de gemoederen misleid ? waarom ïieeft men hen het Kloofterlyk leeven ingeplant, als ware dit een Staat vol Heiligheid, vol Volmaaktheid en by de Maatfchappy fchier onontbeerlyk. Of, om naauwkeuriger te fpreeken, waarom heeft de Publieke Elende de Kloosters enkel doen aanmerken, als een laafte middei om zich te redden