is toegevoegd aan je favorieten.

De apokryfe boeken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofd] VI. ft. i<

2e

21

32

«3

24,

*525.57.

28. 29.

36.

fii. 32.

33* DE ZEDENSPREUKEN

f* den grijzen ouderdom toe, wijsheid vinden»■t ~~ Gedraag u omtrent haar, gelijk de landman en zaaiër, en verwacht, met geduld,» . goede vruchten van haar. — Hare bearbeiding moge u eenige moeite kosten, maar dra . zult gij van hare vruchten eten, — Hoe zeer ruw is zij voor de ongeöefenden ! Hij, die' harteloos is, kan het bij haar niet harden. — Zij drukt hem , als een zwaare proeffteen; hij werpt haar, zonder vertoeven, van zich. — De wijsheid beftaat wel, onder de menfchen, in den naam, maar, in de daad, is zij niet aan velen bekend. — Hoor, kind.» en neem mijn gevoelen aan, en verwerp mijnen raad niet. — Steek uwe voeten in hare boejen, en uwen hals in haren halsband. —. Leg uwen fchouder onder haar, en torsen' haar , en wederftreef hare banden niet. —i Kleef haar aan, met uwe geheele ziel, en houd hare wegen, met alle uwe kracht. — Spoor haar op, zoek haar, dan zal zij aan ti bekend worden; en haar ééns verkregen hebbende, laat haar dan nooit vaaren. Terf

laafden zult gij hare vertroosting vinden, en zij zal u tot vreugde ftrekken. — Dan zullen hare boejen u tot eene fterke borstweering zijn, en hare halsijzers , tot een' heerlijk ftaatziekleed. _ Een gouden gewaad bedekt haar, hare banden zijn hijacinthkleurige linten. — Als eenen prachtigen ovefmantel zult gij haar aantrekken, gij zult haar

op.