is toegevoegd aan uw favorieten.

De post van den Helicon.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e 69 )

houden met — alles naauwkeurig te verhalen wat er bï' die gelegenheid al voorgevallen en afgedaan is. Doel fchoon de Fanny, zo als gij er reeds een begin.van gezie; hebt, fraaitjes gehayent wierd, zo-Rond men nogthans toe. dat er ook veel goeds in was: en was er dit niet in, geloof me, er zou zo veel water niet om vuil gemaakt worden. Men zou er dan mee leven als met duizende fiukken, die na 't voorlezen geen andere beoordeelingen op

zich haaien, als alleen: „Nu ja, dat zij zo. Zo is 't

„ uit?" en diergelijke aanmerkingen meer, die, fchoon kort, veelbeduidend genoeg zijn. Dan, om dat men begrijpt dat de Zangfier van Fanny] wel tot iets anders, als zo als zij zich thans voordoet, had kunnen opgroeijen, daarom maakt men er zoo'n geweld mee. — Woedend fprong Apollo uit zijn Prefufaalen Roel en hief de volgende Verfen aan: {Fanny Pag. jx uit aan Mijne lier)

Ja (lervling: zoek geen vreugd, Geen kalm genot op aard, dan in de fchrfu* der deugd. De fchoonlieid Jagche u aan met dui/ea ! ziuvetmaaken ,

Gekluisterd in een' hoerenfehoo:, Om helst ge een fiióód gedrocht mét Pestvuur op de kaaketi, En kuscht den dood.

Hoe zoet die Circe vleit, Waar fchuilt hi haar getbeel die reedra eenfiemmigh^id, Dat diep gevoelend hart, dat zacht onfchuldig bloozeu?

Wat heil hnsr gladde tong helooft, Het giftig naberouw (leekt midden in de roozen Het Hangen hootd.

Js 't mogelijk, fprak hij, dit te zingen, en een Fanny ;

een — bedroefde — Fanny voor 't licht te brengen? Wel, zei Thalia, neem er dan het goede uit, en geef hem de rest weer om. Hier op volgde een he? van Apollo, en een niec zo ? van T iiai.ia, met een watje zeit? van Erato, 't welk eindigde door een nou-nout van Urania.

Doch ik zal mijn lezers door deze kleinigheden niet langer ophouden ; maar tot het hoofdzakelijke komenr Het voorliel van Erato, waar van ik in mijne vorige gewag gemaakt hebt, is nog in geen 6eflu.it kunnen veranderd worden. Zo veel hoofden, zo veel zinnen, zegt het fp reek woord. Daar was veel voor en tegen. Apollo befloot deze zitting, met _ door een voorbeeld uit den Emus en de Fanny aa* te toonen, welk hemelschbreed onderfcheid er fomtijds is in . . . ja ik weet niet meer waar in. Toen hij het aan de Zanggodinnen uïtI 3 leidde