is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen over Jesaia LIII, LIV, en LV.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JESAIA LV: VERS 6,7. 031

bijheid van God aan zijn gemoed , door geduurige vertegenwoordiging Zijner alles-overklimmende liefde, en verpligtende goedertierenheid.

;;. Maar ook, wetende, dat God alleen voor dat Israël goed is,dat rein van harte is, zoekt hij den Heere in alles te behagen, en overeenkomftig met Zijnen wil zig te gedragen , hij zoekt Hem met vuurige gebeden in den weg zijner inftellingen.

"\. Hier toe tragt hij fteeds, en in alle gevallen waar in hij verkeert, te beproeven, welke de goede, volmaakte, en welbehagende wil van God zij , en zig geftadig met die nedrige vraag bij den Heere aan te dienen : Wat Gij dat ik doen zal?

Kortelijk: in druk God te ftellen tot zijne toevlugt en fterkte; in voor/poed fteeds met zijn harte te erkennen, Niet ons, 0 Heer! niet ons, maar uwen Naam zij de eere ! in beproevingen vast te houden aan 's Heeren bevelen en toezeggingen ; in ftruikelingen boetvaardig zig tot God te keeren , als de bron van genade , om barmhartigheid en vergeving van Hem te ontvangen: dit is zijne genadige bezigheid ; hij zegt met fprekende werkzaamheden: tot uwen Naam, ca Mi uwe gedagtenisfe is de begeerte mijner ziele !

Wanneer we nu dit alles t'zamen nemen en onder 't oog houden, kunnen wij ons vertegenp 4 woor-