is toegevoegd aan uw favorieten.

De Messias, in twintig zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.7* D E M E S S I A S.

Jezus werd 'er verklaard. Zijn aanfchijn was, als de zonne,

Wen ze altegen woor'dig en hoog op den middag fchittert;

En zijn gewaad was zilver, als licht. Toen fnelde Jakobus,

Even gelijk in des Heeren Allerheiligfte Aaron,

De opperde priester, tot God, den genadeftoel en de bondkist,

Alzo fnelde Jakobus, vervuld van de eere des aanziens,

Welk hij gewaardigd werd, der hooge verfchijninge tegen.

Deeze is onder het heilige twaalftal de eerstling der Martlaars.

Alzo zeggen de voorzigtstafels. Hem is het befchooren,

Haast in triomf op het wijder tooneel van 't aanftaande te treeden,

En de begeerten des eeuwigen gcests oneindig te dillen.

Simon, de Kananijt, dien gij ginder zittend gewaar wordt, Zeide zijn Engel, Megiddon, was eerst een fchaaper in Saron. Jezus riep hem van 't veld. Zijn eenzaam leven vol onfchuld, En die ootmoed, waarmede hij hem in eenvoudigheid diende, Nam des Verlosfers hart voor hem in. Want toen hij eens moede Bij hem inkwam, floeg hij voor Jezus met vlijtige zorge Daatlijk een jeugdig lam, en ftond, en diende in zijn onfchuld, Zeegnende zich, en de fchamele hut, daar des Heeren Profeet was. Jezus at zo blijde, als hij eens in 't bosfchaadje te Matnre Met twee Englen, en Abraham at. Kom, volg mij, o Simon, Zeide hij, laat aan uw makkers uw lammerekudden bevolen. Want ik ben het, van wien gij 't gezang der hemeifche fchaaren Nevens de bron van Betlehem eens, nog een jongsleen, gehoord hebt.

Ginds komt mijn geliefde gegaan , fprak Seraf Adoram. Zie, Jakobus, de Alfeïde! Dit ernftige wezen Is verzwijgende deugd, die minder zegt, dan beoefent.

Kent