is toegevoegd aan uw favorieten.

Saamenspraaken over de Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de HEBREEUWSCHE FOEZY. 137

de, in zyne Woeftyne, vry en vrolyk , gelyk het dier, daar hy mede vergeleken wordt; Zyne Nakomelingen beroemen zig nog, dat hun dit Land door God gefchonken is, waar in zy hun beroep naar genoegen dryven , en boven het welk zy niets beters in de wereld verlangen. De voorfpelliug:

Hy zal een wild dier ($ ) voorden Mensch zyn. Tegen allen zyne hand! En aller hand tegen hem!

Hy woont in 't aangezicht van alle zyne broederen. —■

is aan de Ifmaëliten vervuld, en geheel naar hunnen zin. — Laat ons die roerende, waarlyk belang- verwekkende, gefchiedenis van de vcrftoten Hagar , die in de Woeftyne omdwaalt, lezen ; Gy zult de aandoenelyke werking van dit verhaal voelen, (y)

Het Water in den lederen zak was uitgedroogd ; Zy wierp den knaap onder een boom,

en

(§) Een Woud-ezel. Zie Gen. XVI. ia. (y) Gen. XXI. 15.

I 5