is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechtsgeding van Lodewyk den Zestienden, geweezenen koning der Franschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOOR DEN BURGER DESCZE. 447

Ten tweeden ; dit briefje zelf bewyst ten klaarden, dac Lodewyk met hen in geene betrekking ftond, want het voorönderllelt noch vooraf ontvangene tydingen, noch te verwagtene antwoorden.

Ten derden, eindlyk, de laatfte Phrafe brengt duidlyk deszelfs dagtekening tot het tydftip van de opfchorting van Lodewyk in 179; ; en, gelyk men ziet, deeze dagtekening alleen Zou genoeg zyn, om te beletten, dat men 'er eenig ander befluit uit trok.

Voor 't overige zal ik my niet ophouden, by die befchuldiging van aanmerklyken Koophandel , welke men niec fchroomt aan Lodewyk ce doen, en waarvan men voorgewend heefc, dat de papieren van Septeuil hec bewys opleverden.

Gy zelve hebt hem gerechcvaardigd; gy hebc 'er in uw Acle geen hoofd van geformeerd; gy hebc 'er flegts een vraag van gemaakt: maar toen gy deeze vraag aan Lodewyk deed, heefc hy u deswegens zyne verwondering raoecendoen blyken.

De omftandigheid, die coc deeze onwaardige befchuldiging ren grondflag heefc verftrekc , is in de daad, ten hoogften eenvoudig.

Lodewyk had, gelyk alle de Koningen zyne Voorgangers, eené byzondere fom, gefchikc tot bedryven van weldaadigheid.

In 1790 vertrouwde hy dezelve aan Septeuil, aivoorens zelfs deeze Thefaurier van de Civile lyst was.

Septeuil, die niet verdagt wilde weezen, vart 'er zyn eigen voordeel mede gedaan te hebben, plaatfte , geduurende eenigen cyd , vooreerst

deeze