is toegevoegd aan uw favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 228 )

my bierdoor gelegenheid te verfchaffen, om het gewigt van die redenen te onderzoeken. Om echter iets van deeze plaats te zeggen; UWEd. zal my, vertrouw ik, toeftaan;

rJ Dat de woorden licht en duisternis, (hier, gelyk elders, in een oneigenlyken zingenomen) in betrekking tot redelyke weezens , en wel allereerst

tot derzelver kennend vermogen, moeten verftaan

worden.

i. Dat duisternis hier beteek ent, verduisterde menfchen.

3. Dat het licht fchyncnde in de duisternis ons, volgens het verband, denken doet aan het woorj>, door 't welke alle dingen gemaaktzyn, en 't welk hier voorkomt, als het menschdom begunftigende met de ontdekking van zekere waarheden , 't zy van den natuurlyken Godsdienst, 't zy'van de geopenbaar-

Euangelieleer. Verkiest men het eerfte, dan

heeft dit gezegde zyn betrekking tot het menschdom in 't algemeen; verkiest men het laatfte ,

dan moet men het bepaaldelyk verftaan van hun, die met de prediking van 't Euangelie begunstigd wierden.

4. Dat de fpreekwyze , de duisternis heeft het zelve niet begrepen, te kennen geeft, dat de menfchen, hier duisternis genoemd, de aan hun ontdekte waarheden, en het licht, waardoor dezelve kenbaar wierden, niet erkend , niet aangenomen hebben.

Kiest nu, myn Heer, wat Ge wilt; Gy vindthier menfchen,' fchoon door ontdekking, door openbaaring, van aangelegene waarheden verlicht, echte»

duis-