Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Euangelium. Hoofdft. XXII: 44. 359

dat Lukas alleen deeze merkwaardige gebeurtnis verhaalt, van dewelke men, by de drie overige Evangeliften, niets vindt Dan het kan ons niet vreemd voorkomen, dat Johannes daar niet van gefproken heeft, dewyl hy eigenlyk flechts byvoegfels op de berichten van de drie overige Evangeliften gegeeven heeft, en daarom van deeze byzonderheid gevoeglyk konde ftilzwygen', dewyl Lukas dezelve reeds hadt opgerekend Ook behoeven wy ons niet te verwonderen, dat Markus van deeze gebeurtnis niet fpreekt, daar Mattheus dezelve heeft overgeflaagen , en hy deezen meelt al gevolgd is. En wat eindelyk het ftilzwygen van Mattheus betreft, dit zal niemand vreemd dunken, die zich herinnert, hoe veele andere gewichtige geheurte-, niflen Lukas heeft opgetekend, die men by Mattheus niet aantreft.

Is men eindelvk nieuwsgierig, om te willen weeten, hoe Lukas tot kennis van dit voorval gekomen zy, hy zelf antwoordt ons kap. I: 2. dat hy het van eenen oogen oor-getuigen vernomen heeft. Immers Christus hadt toen drie van zyne Jongeren, op eenen kleinen afftand, bv zich. Deeze moeten den Engel aan den Hemel zoo wel gezien hebben, als zy den angft van Christus zagen, en zyn gebed aan zynen Vader hoorden (a). Een van deeze drie zal het aan Lukas , of aan anderen, die het hem naderhand hebben medegedeeld, verhaald hebben.

«sn 44. Zyn zweet uoas als dikke droppelen bloeds* ^ J Men

(VJDit vindt by my eenige zwaarigheid,om dat Lukas zelf verhaalt, dar Christus, naadathydeeic verfchyning van den Engel gehad hadt; zyne ■Jongeren floepende rondt, en wel flaapende van treurigheid, bet geen ons, myns bedunkens niet toelaat, te denken, dat zy ooggetuigen van deeze gebeurtnis geween: zvn. Want, zo zyfiepen, tonden zy deeze verfchvnins van den Engelniet zien , en zo zy van treurigheid /liepen, kan men niet denken, dat zy eerft naa deeze verfchyning in llaap gevallen zyn ; dewyl dezelve zekerlyk niet1- treurigs voor hun konde opleveren. Ik zoude daarom liever (tellen , dat Christus , in den omgang van veertig dagen, dien hy, naa zyne opftanding, met zyne Jongeren gehad heeft, hun alles, wat er terwyl zyfliepen,inGethfemane voorgevallen was, zal ontdekt, cn deeze dit verbaal, het welk zy uit den mond van Jesus zelven hadden, aan Lukas zulkn medegedeeld hebben. Vf.rt.

Z 4

Sluiten