is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderwys in den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE OPENBAERING. 439

den gewyden Schryver, om naemelyk de afgodery te wederleggen ; gaet hy aenftonds over , om de gefteldheid van de aerde , na haere eerfte voortbrenging, nader te befchryven , vs. 2 : de aerde nu was woest en leedig , en duisternis was op den afgrond.

mose zegt derhalven , omtrent de hemelen , niets meer, dan dat God dezelve, in

den beginne, gefchaepen hebbe. Maer

hier uit de ryst de vraeg , of de hemelen , en de overige zonneftelfels, zo veele er zyn , in de onafmeetbaere ruimte , reeds eenigen tyd voor de toebereiding van onze aerde , tot eene woonplaets voor menfehen en beesten , zyn gefchaepen geweest ; zo dat de aerde , geduurende eenigen tyd , een ongevormde klomp gebleeven zy, tot dat God het werk der zesdaegfche Schepping aen dezelve befteed hebbe ? Het verhael van mose zeiven geevt eene natuurlyke aenleiding , tot deeze vraeg , deels om dat hy niets, in het geheel zegt, over de fchikking en toebereiding der hemelfche lichaemen , en alleen melding maekt van derzei ver fchepping, uit niets ; deels om dat onze aerde naeuwlyks een ftip is, in vergelyking van het gansch Geheelal, zodat het ongeloovbaer zy , dat God zes daegen , aen de toebereiding van onzen aerdbol, zou befteed,

vu. deel. Ee 4