is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

436 JOSEPHUS AANSPRAAK*

zweeten. Maar gylieden blyft onbeweegelyk, op dat 'er niet iets beters mogt overblyven,

en gy .iets waardigers behouden. ' Eindelyk

indien, deeze dingen, welke de godvreezenden voor de voornaamften houden, ulieden niet beweegen, zo ontfermt u toch over uwe vrienden. Stelt u vóór den dood uwer kinderen, 't zy door het zwaard of door den honger, 't welk de zwaarfte ftraffen zyn; fielt u voor oogen de flaaverny uwer vrouwen en doehteren, die vry en veilig zullen weezen, indien gylieden u overgeeft; maar gevangen en dienstbaar, zo de flad verdelgd wordr. Bedenkt u wel, terwyl gy tyd hebt, op dat gy na uwen dood geen gruuwelyker dingen nalaat, dan gy vóór uwen dood begaan hebt. Ik zelf ben van dien nood niet vry; want ik weet wel, dat myne vroome Moeder, en myne lieve Vrouw, niet van een onedel, maar van een heerlyk geflacht, te gelyk met ulieden in gevaar ftaan. Maar moogelyk denkt gy, dat ik om der my,nen wille zulks aanraade: doch doodt haar vry, en neemt myn bloed tot loon: ik wil dien loon gaarn voor uwen welftand betaalen, zo gy na mynen dood maar wyzer wordt."

XVII. HOOFD-