is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, door het genootschap Dulces ante omnia musæ

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AaNTEEKENÏNGEN, ENZ. 4$

dat teeneme in dogheden in falicheiden ende in Eren; Wint is hier voor omdat, of naardemaal, zoo ook by Melis Stoke: want de Coninc goct dat dochte, en elders, (12) gelijk ook bij laatere Schryvers, want hy dit raetfel meynde gefproken te zijn van den visfcher en verjïont hy 's niet; (13) Want ghy van die meyninge zijp; (14) Want ik moet fcheyden van der aarde fo laet my gheen mirecht ghelooven aenverden (15.); zoo ftaat er in onze overzetting van den Bybel: ik fal uwen name verwachten, want hy goet is voor" uwe gunstgenooten (16); nog deze plaats moetik, om derzelver dtiidlijkheid, aanhalen: dit feyde hi daer om, want hem God te kennen gaf, dat God doer hem v.'uiiderwercken foude (17).

Ves-

(11) III B. vs. 458. O) VI B. vs. 1189.

(13) D. V. Coornhert overüeït. van de Odyfea lïomeri, '11 't leven van Hom. bl. 5.

(14) C. Fladeracci Profejj'. Sylvaducenfis Sele&if. Lat. ferm. phras. Belg. et gall. redditts wxr. 1586" pag. 17 en nog pag. 67.

(15) J. B. Homvaèrt vier Wterfien bl. 13.

(16) Pfalm 52. vs. 11.

(17) Dat wonderlycke leven der ge feilen van finte Franciscus gheprent Tshertogenbosch in '/ jaer ens heer en 1514. in 12.2 bl. 5.

P