is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche historie; of, Tegenwoordige staat van Groenland, en Straat Davids.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33° Groenlandfche Hiftorie X. B.

gedoopt, ten minften onder de aanftaande dopelingen aangenomen zyn. En dit al gefchied zynde worden evenwel derzelver mede gebragte kinderen, die ouder zyn, oan dat men ze als onfchuldige kinderen aanmerken kan, niet gedoopt, eer.dezelven de jaren van onderfcheidinge bereikt en de nodige kennilfe verkregen hebben.

§. 26.

Ten aanzien van dezen en alle bejaarden wordt het volgende m agt genomen. Wanneer men van hen verftaan heeft, dat ze voornemens zyn, om beftendig by de gelovigen te blyven, en niet alleen door de mede-arbeiders verwittigd is, dat ze hun verlangen naar den doop dikwils te kennen gegeven, de openbare vergaderingen naarftig bygewoond,en hunne bygelovige gewoontens verlaten hebben, en zo wel onder de heidenen als de gelovigen een geregeld leven leiden: maar daarenboven by dikwerf herhaalde gefprekken met dezelven ook ene innige begeerte by hen befpeurd heeft, om hunnen onzaligen toeftand met enen zaligen te verwisfclen; zo worden ze door een der Miffionariflen (en indien het vrouws-perfonen zyn , door ene Diakonefte, ten minften altoos in derzelver tegenwoordigheid) gefproken, en dus hun verlangen zo wel als de getuigenilfèn der medearbeideren getoetft. Vervolgens wordt hun verlangen in de Conferentie der Duitfche arbeideren door den Miffionaris voorgedragen, én byaldien niemand ietwes tegen ddzelvcn in te brengen heeft, worden ze op den eerft volgenden Gemeente-dag onder de aanftaande dopelingen aangenomen, enden Here in een gebed aanbevolen/

Van dien tyd af worden ze eerft als regte leerlingen of aanftaande dopelingen aangemerkt, en men kan alsdan ftaat daarop maken, dat ze blyven ,• ( hunne heidenfche bloedverwanten geven ook ten eerften alle hope verloren, om ze weêr af te trekken ) vervolgens worden ze tot de onderwyzing der gedoopten mede toegelaten, men bezoekt ze en fpreekt meer dan voorheen met hen,' ten einde zy van de eerfte en voornaamfte gronden des kriftelyken Godsdienfts klaare en onderfcheidene begrippen verkrygen , en vooral leren mogen, om op het inwendig werk des H. Geeftes

aan