is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 46, 1931, no 20, 15-05-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. 180

Algemeen gedeelte 20.

No. 20 — 1931

Voor het 2e Vraagpunt: dr. ir. C. W. Lely te Nijmegen. Voor het 3e Vraagpunt: dr. ir. L. R. Wentholt te Zutphen.

Voor de le Mededeeling: jhr. ir. C. E. W. van Panhuys te 's-Gravenhage. en dr. ir. L. R. Wentholt te Zutphen.

Voor de 2e Mededeeling: ir. R. VerLoren vanThemaat te Nijmegen.

Voor de 3e Mededeeling: ir. J. Th. Thijsse te 's-Gravenhage.

In de 2e sectie (Zeevaart).

Voor het 2e Vraagpunt: prof. ir. J. W. Thierry te 's-Gravenhage.

Voor de le Mededeeling: ir. D. Boomsma te Rotterdam.

Voor de 3e Mededeeling: ir. W. H. Brinkhorst te Utrecht; ir. C. de Groot te Vlissingen en ir. C. T. C. Heyning te Utrecht.

Dr.-Ing. ir. H. Wortman.

Vereeniging van Waterstaatsingenieurs in Ned.-Indië. Afdeeling Nederland. Kort verslag van de vergadering van 2 Mei 1931.

Nadat de voorzitter, ir. P. J. Ott de Vries, de vergadering had geopend met een woord van welkom, werden de notulen voorgelezen, goedgekeurd en gearresteerd. Daarop volgden eenige mededeelingen van het Bestuur, waarbij de voorzitter o. m. bekend maakte, dat jhr. ir. R. R. L. de Mtjralt overeenkomstig zijn destijds gedane toezegging overleg heeft gepleegd met de Directie -der Zuiderzeewerken omtrent een binnenkort te houden excursie naar deze werken, waarna ir. De Mtjralt de vergadering terzake inlichtte en het voorstel deed de verdere besprekingen met de Directie der werken over te laten aan den secretaris-penningmeester. Dit voorstel werd aangenomen onder dankbetuiging aan ir. De Muralt voor zijn gewaardeerde tusschenkomst. Meerdere leden gaven staande de vergadering te kennen aan de excursie te willen deelnemen.

Het woord werd nu verleend aan ir. J. F. van Hoytema, gewezen Hoofd van de Afdeeling voor Landsgebouwen van het Departement der Burgerlijke Openbare Werken in Ned.-Indië, tot het houden van de aangekondigde voordracht over „De Westersche Bouwkunst in Ned.-Indië".

Spreker begon zijn voordracht met uiteen te zetten, dat de Westersche Bouwkunst in Ned.-Indië niet zuiver als een importartikel is te beschouwen, maar dat zij daar wortel heeft geschoten en zich thans zelfstandig ontwikkelt. Men kan deze bouwkunst karakteriseeren als de resultante van drie krachten, waarvan de eerste bestaat in den invloed van de Nederlandsche traditie, de tweede in den invloed van klimaat, levenswijze, constructie, enz., kortom de materieele factoren, en de derde in den invloed van de Inheemsche Kunst.

Spreker verdeelde de geschiedenis van de Westersche bouwkunst in drie tijdperken, waarvan het eerste loopt van 1619 tot 1810, dus van desticliting van Batavia door Coen tot de verplaatsing van het centrum naar Weltevreden door Daendels. In dit tijdperk was de invloed van de Hollandsche kunst al overheerschend, van aanpassing aan Indische omstandigheden was nog weinig te bespeuren, van Inheemschen invloed nagenoeg niets.

In de 2e periode, loopend van 1810 tot omstreeks 1910, werd reeds veel meer aandacht besteed aan de materieele factoren. Alle gebouwen werden in klassieken stijl opgericht, een bouwwijze, die in de tropen, mits met inzicht en overleg toegepast, zeer goed voldoet.

Omstreeks 1910, toen steeds meer Nederlandsche architecten zich in Ned.-Indië vestigden, begon een nieuw tijdperk. Duidelijk merkbaar is in deze laatste periode de invloed van de moderne architectuurbeweging in Nederland, maar toch gaat de Indische bouwkunst haar eigen weg, doordat de bouwmeesters zich ten volle rekenschap geven van de specifiek Indische eischen, die de samenleving, het tropische klimaat en de bouwmaterialen stellen. Aan

deze eischen op architectonisch juiste wijze te voldoen, dat is het streven van de Westersche Bouwkunst in Ned.Indië, aldus besloot spreker zijn voordracht, daar nog aan toevoegende, dat het in de laatstgenoemde periode is, dat ook de invloed van de Inheemsche kunst zich doet gelden, zij het nog in zeer bescheiden mate, terwijl nog niet te voorspellen is of deze invloed zich in de toekomst zal uitbreiden.

De interessante en heldere voordracht werd nog verduidelijkt door een groot aantal fraaie lichtbeelden, aan de hand waarvan spreker de bijzondere kenmerken der in de verschillende tijdperken tot stand gekomen bouwwerken naar voren bracht.

Een hartelijk applaus bewees, dat de voordracht van ir. Van Hoytema zeer op prijs werd gesteld.

Na het beantwoorden door den inleider van enkele gestelde vragen, nam de voorzitter het woord en zeide, dat de Afdeeling zich gelukkig moclit prijzen, dat ir. Van Hoytema zich beschikbaar had gesteld tot het op deze laatste vergadering van het seizoen houden van zijn voordracht, waarin hij op een zoo uitvoerige en duidelijke wijze een inzicht heeft gegeven in de Westersche Bouwkunst in Indië. Spreker wilde aan de bij de discussie gemaakte opmerkingen nog ééne toevoegen en wel deze, dat het begin van het laatste der drie tijdperken, waarin ir. Van Hoytema de geschiedenis verdeelde, n.1. omstreeks 1910, toevallig samenviel met diens komst in Indië. Spreker meende nu wel te kunnen zeggen, dat ir. Van Hoytema persoonlijk veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de bouwkunst in Indië in dat laatste tijdperk. De voorzitter eindigde met den inleider ten zeerste dank te zeggen voor zijn voordracht.

NIEUWSBERICHTEN.

Xe Congres voor Bibliografie te 's-Gravenhage.

Het Institut international de Bibliographie heeft van 25—29 Augustus 1931 het Xe Congres voor Bibliografie te 's-Gravenhage bijeengeroepen.

Verschillende rapporten worden verwacht, en zullen vóór het congres den deelnemers worden toegezonden.

De regelingscommissie bestaat uit: ir. F. Donker Duyvis (Bestuur I.I.B.), H. J. M. van Drimmelen, dr. G. J. Ph. Folmer, J. M. C. Muller, P. Noordenbos, B. Veen Mej. N. Weber, terwijl dr. J. J. de Reede, Carel van Bylandtlaan 30, 's-Gravenhage, algemeene secretaris is.

OFFICIEELE BERICHTEN.

Bij Kon. besluit is benoemd tot ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw ir. A. Groothoff lid van den Raad van Beheer van de te 's-Gravenhage gevestigde N.V. „Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton".

PERSONALIA.

* Ir. H. W. G. van Gils is, sedert 15 Maart 1931, werkzaam bij de Ned. Kabelfabriek te Delft.

* Ir. T. MiChielsen is benoemd tot ingenieur bij het Centraal Bureau der Vereeniging van Directeuren van Electriciteitsbedrijvcn in Nederland te Arnhem.

* Per „Prins der Nederlanden" (15 April 1931 van Batavia vertrokken) is in Europa aangekomen: ir. L. S. Madarasz, ingenieur van den Waterstaat in Ned. Indië.

KONINKLIJK INSTITUUT VAN INGENIEURS.

's-Gravenhage — Prinsessegracht 23 — Tel. 117692 — Giro 9995

Vrouwe Janssens-Arriëns Fonds.

Aan belanghebbenden wordt bekend gemaakt, dat, met ingang van 1 September 1931, uit het Vrouwe JanssensArriëns Fonds een studiebeurs beschikbaar is ten bedrage