Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezien het rapport van Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening van 31 Augustus 1953, No. 53/ 19354 B, Afdeling Financiële Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Het hierna vermelde artikel van hoofdstuk XIV der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952 wordt verminderd als volgt:

TITEL B. BUITENGEWONE DIENST

wordt verminderd met: I. UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER. Artikel 2 Kosten Werkgelegenheidspolitiek .... ƒ 13 692050

Artikel II

Het onder Artikel I genoemde bedrag ad f 13 692 050 wordt tot de bedragen zoals hieronder aangegeven, door verhoging van bestaande artikelen, als volgt toegevoegd aan hoofdstuk XI der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952:

TITEL A. GEWONE DIENST AFDELING II. DIRECTIE VAN DE LANDBOUW. Onderafdeling IX. CULTUURTECHNISCHE AANGELEGENHEDEN. Paragraaf 2. Cultuurtechnische Dienst. Artikel 314 Subsidie in de kosten, verbonden aan de uitvoering van cultuurtechnische werken uit te voeren in z.g. „vrij werk”.....ƒ 13 000 000 Onderafdeling X. BOSWEZEN. Paragraaf 2. Staatsbosbeheer. 322 Personeelsuitgaven ........ 553 000 325 Exploitatie-uitgaven ........ 139 050

Artikel III

Ten gevolge van het bepaalde in de voorgaande Artikelen van dit besluit wordt:

in hoofdstuk XIV: de Buitengewone dienst I. Uitgaven van aflopend karakter . in hoofdstuk XI: de Gewone dienst....... verminderd met: . ƒ 13 692 050 verhoogd met: ƒ 13 692 050 Gewone dienst Afdeling II Afdeling II............ 13 692 050 Onderafdeling IX Onderafdeling IX.......... 13 000 000 Paragraaf 2............ 13 000 000 Onderafdeling X Onderafdeling X........... 692 050 Paragraaf 2 ............ 692 050

Onze Ministers van Financiën en van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 5 September 1953.

JULIANA.

De Minister van Financiën a.i.,

W. DREES.

De Minister van Landbouw , Visserij en Voedselvoorziening,

MANSHOLT.

Uitgegeven de negen en twintigste September 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

466

BESLUIT van 11 September 1953 tot toepassing van de artikelen 14 en 15 der Warenwet (Stb. 1935, 793) ten aanzien van likeuren, advocaat en inmaakbrandewijn. (Likeurbesluit (Warenwet).)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid van 3 Augustus 1953, No. 10734, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming;

Gelet op de artikelen 14 en 15 der Warenwet (Stb. 1935, No. 793);

Gezien het advies van de Commissie, bedoeld in artikel 17 der Warenwet (Stb. 1935, No. 793);

De Raad van State gehoord (advies van 25 Augustus 1953, No. 19);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid van 4 September 1953, No. 12290, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. 1. Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met een der namen likeur, tussenlikeur, verloflikeur, — likeur desgewenst geschreven als liqueur — of likorette, deze laatste naam onmiddellijk gevolgd door de vermelding van het alcoholgehalte in volumeprocent bij 15 °C, de waar, welke als kenmerkende bestanddelen aethylalcohol, suiker, aromatische stoffen en/of vruchtensap bevat en voor zover deze waar voldoet aan het bepaalde in artikel 3. Deze aanduidingen mogen worden samengesteld met woorden, welke de smaak of de geur nader aangeven.

2. Aangeduid mag uitsluitend en moet worden met de naam advocaat de vloeibare waar, welke als kenmerkende bestanddelen kippeneierdooier of kippeneierstruif, aethylalcohol en suiker bevat en voor zover deze waar voldoet aan het bepaalde in artikel 4. De aanduiding „advocaat” mag worden samengesteld met woorden, welke de smaak of de geur nader aangeven.

Artikel 2. Het in artikel 1, lid 1, bepaalde is niet van toepassing:

a. op waren, aangeduid met een voor likeur in de reële handel algemeen gebruikelijke naam, indien deze likeuren een alcoholgehalte bezitten van ten minste 24 volumeprocent b’J 15 °C en zij volgens het oordeel van de directeur van de keuringsdienst van waren, die daarbij het oordeel van de

Sluiten