Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b) onder Utrecht 1 wordt gelezen in plaats van Vleuten: Vleuten—de Meern;

c) onder Utrecht 2 vervalt achter Jutphaas: (m.u.v. het grondgebied, ingedeeld bij de A-kring Utrecht);

d) onder Utrecht 4 vervalt achter Maartensdijk: (m.u.v. het grondgebied, ingedeeld bij de A-kring Utrecht).

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 2 November 1953.

JULIANA.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

BEEL.

Uitgegeven de twintigste November 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

497

BESLUIT van 3 November 1953, houdende wijziging van het Besluit verbintenissen reservepersoneel beneden de rang van tweede-luitenant Landmacht (Stb. 1952, 496).

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog van 28 October 1953, Directoraat Personeel, Afdeling Rechtstoestand, Nr P. 100.120;

Gelet op de Wet voor het reserve-personeel der landmacht 1905, de Militaire Ambtenarenwet 1931 en het Reglement voor de militaire ambtenaren der Koninklijke Landmacht;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Het Besluit verbintenissen reserve-personeel beneden de rang van tweede-luitenant Landmacht, vastgesteld bij Ons besluit van 9 October 1952, Stb. 496, wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 3, eerste lid, wordt gelezen als volgt:

„Een verbintenis wordt gesloten voor een bepaalde tijd, welke ten hoogste acht jaren kan bedragen”.

B. Artikel 3, tweede lid, wordt gelezen als volgt:

„Tenzij Onze Minister of een door deze aan te wijzen autoriteit dan wel de militair ten minste een maand voor het einde van de lopende verbintenis schriftelijk te kennen geeft de verbintenis niet te willen verlengen, wordt een verbintenis, welke is gesloten

a. voor de duur van een jaar of langer, telkenmale stilzwijgend verlengd voor de duur van een jaar;

b. voor de duur van minder dan een jaar, telkenmale stilzwijgend verlengd voor eenzelfde duur als voor welke zij werd gesloten”.

C. Artikel 3, derde lid, wordt gelezen als volgt:

„In afwijking van lid 2 wordt de verbintenis van een militair, die gedurende een verlenging als daar bedoeld de leeftijd van 60 jaren zal bereiken, nog slechts verlengd tot de dag, waarop hij die leeftijd bereikt”.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 3 November 1953.

JULIANA.

De Minister van Oorlog,

C. STAF.

Uitgegeven de twintigste November 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

498

BESLUIT van 9 November 1953 tot aanvulling van het Toelagebesluit burgemeesters 1951, sedert gewijzigd.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 6 October 1953, No. 6754, afdeling Binnenlands Bestuur (bureau Kabinetszaken);

Gelet op artikel 80 der gemeentewet;

De Raad van State gehoord (advies van 27 October 1953, No. 15);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 2 November 1953, No. 7491, afdeling Binnenlands Bestuur (bureau Kabinetszaken);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel. Aan artikel 1 van het Toelagebesluit burgemeesters 1951, sedert gewijzigd, wordt toegevoegd een vijfde lid, luidende:

5. Een burgemeester, die in dienst van de overheid mede uit anderen hoofde aanspraak heeft op een toelage van 5 ten honderd (tot een maximum van f 16,65 per maand), heeft als burgemeester aanspraak op een in evenredigheid met het maximum van de wedden vastgesteld deel van het maximumbedrag ad f 16,65 per maand.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 9 November 1953.

JULIANA.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

BEEL.

Uitgegeven de twintigste November 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Sluiten