is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 701-763, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzij, indien het een Europees octrooi betreft, krachtens artikel 60, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag.»;

2. na het eerste lid wordt, met vernummering van het tweede tot en met zesde lid tot onderscheidenlijk derde tot en met zevende lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

«2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt onder de stand van de techniek, bedoeld in artikel 54, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag, mede begrepen de inhoud van uit hoofde van deze Rijkswet ingediende octrooiaanvragen, waarvan de dag van indiening voor de datum van indiening van de desbetreffende Europese octrooiaanvrage, die voor de toepassing van dat lid geldt, ligt, en die eerst op of na die datum overeenkomstig artikel 22C of 25, tweede lid, ter inzage zijn gelegd.».

Al

Na artikel 51 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

«Artikel 52. 1. Voor zover een uit hoofde van deze Rijkswet verleend octrooi betrekking heeft op een uitvinding, waarvoor aan dezelfde uitvinder of zijn rechtverkrijgende een Europees octrooi is verleend, terwijl de dag van indiening of in voorkomend geval de voorrangsdatum van de onderscheidene aanvragen om octrooi dezelfde is, heeft eerstbedoeld octrooi, voor zover het dezelfde uitvinding beschermt als het Europees octrooi, in Nederland geen rechtsgevolgen meer vanaf de dag waarop:

a. de voor het instellen van oppositie tegen het Europees octrooi vastgestelde termijn is verstreken zonder dat oppositie is ingesteld, b. de oppositieprocedure is afgesloten, waarbij het Europees octrooi in stand is gebleven, of c. het octrooi uit hoofde van deze Rijkswet is verleend, indien deze dag ligt na die onder a of b bedoeld, al naar het geval. 2. Het tenietgaan, op welke wijze ook, van het Europees octrooi op een later tijdstip laat het bepaalde in het vorige lid onverlet. 3. Vorderingen ter vaststelling van een in het eerste lid bedoeld verlies van rechtsgevolg kunnen dooreen ieder worden ingesteld. 4. Artikel 51, vierde lid, zesde lid, eerste volzin, en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.».

AJ

Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

1. in het eerste lid wordt na «de artikelen 9,10 of 11» ingevoegd: «dan wel, indien het een Europees octrooi betreft, krachtens artikel 60, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag»; 2. in het vijfde lid wordt na «de verlening van het octrooi» ingevoegd: «of, indien het een Europees octrooi betreft, na de publikatie overeenkomstig artikel 97, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag van de vermelding van de verlening van het Europees octrooi»; 3. in het zevende lid, eerste volzin, wordt na «de dagtekening van het octrooi» ingevoegd: «of, indien het een Europees octrooi betreft, na de datum, waarop overeenkomstig artikel 97, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag de vermelding van de verlening van het Europees octrooi is gepubliceerd».

AK

In artikel 54, eerste lid, wordt na «nietigverklaring» ingevoegd: «vaststelling van een verlies van rechtsgevolg» en wordt in plaats van «, bedoeld in de artikelen 51 en 53,» gelezen: «,bedoeld in onderscheidenlijk de artikelen 51,52 en 53,».