is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betreft een op grond van artikel 8, eerste lid, geëindigde verzekering, welke diende tot uitvoering van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

3. Onze Minister kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het vorige lid ontheffing verlenen, indien hij van oordeel is, dat de belangen van de gewezen verzekerde voldoende gewaarborgd zijn. Deze ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. 4. De Sociale Verzekeringsbank is bevoegd om, in overleg met de particuliere levensverzekeraar, de in het eerste en tweede lid bedoelde overdracht geheel of gedeeltelijk te doen plaatsvinden in de vorm van beleggingen.

Artikel 13

1. De particuliere levensverzekeraar verleent ten behoeve van de verzekerde, wiens afkoopsom ingevolge het bepaalde in artikel 12, eerste en tweede lid, aan hem wordt overgedragen, onder aanwending van die afkoopsom zijn medewerking aan de totstandkoming van een verzekeringsovereenkomst, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Levensverzekeringbedrijf (Stb. 1922, 716), welke voor die verzekerde verzekeringstechnisch tenminste gelijkwaardig is aan zijn verzekering ingevolge de Ouderdomswet 1919, waarop die afkoopsom betrekking heeft. Indien en voor zover de in de vorige volzin bedoelde overeenkomst van levensverzekering vergelijkbaar is of kan worden geacht met de verzekering, welke door of voor betrokkene op grond van de Ouderdomswet 1919 was gesloten, verleent de particuliere levensverzekeraar de in de vorige volzin bedoelde medewerking zonder enige vorm van selectie. 2. Indien en voor zover een afkoopsom als bedoeld in het vorige lid, betrekking heeft op een door een werkgever ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet gesloten verzekering, moet de in het vorige lid bedoelde verzekeringsovereenkomst voldoen aan de krachtens het vierde lid, onder B, van genoemd artikel vastgestelde algemene eisen. 3. Het bepaalde in het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verzekerde, die op of na 1 januari 1980 recht verkrijgt op een afkoopsom ingevolge artikel 5, eerste lid, in verband met een verzekerde ouderdomsrente van meer dan f 30,- per maand op grond van een tegen bruto-premies gesloten verzekering, mits die verzekerde uiterlijk een maand vóór het bereiken van de rentegerechtigde leeftijd aan de Sociale Verzekeringsbank de wens te kennen heeft gegeven, dat die afkoopsom wordt overgedragen aan een particuliere levensverzekeraar.

Artikel 14

De in artikel 12, eerste lid, bedoelde overdracht van de afkoopsom wordt gedaan aan een daartoe door Onze Minister aangewezen particuliere levensverzekeraar. Op grond van het bepaalde in de vorige volzin kan slechts worden aangewezen een onderneming tot het uitoefenen van het levensverzekeringbedrijf, in het bezit van de verklaring als bedoeld in artikel 18 van de Wet op het Levensverzekeringbedrijf (Stb. 1922,716), die zich bereid heeft verklaard mede te werken aan de uitvoering van de artikelen 12 en 13.

Artikel 15

Indien twee of meer particuliere levensverzekeraars zich onderling hebben verbonden om gezamenlijk mede te werken aan de uitvoering van de artikelen 12 en 13 kan de afkoopsom worden overgedragen aan een door hen aangewezen vertegenwoordiger met rechtspersoonlijkheid en wordt ieder van hen geacht aan de in artikel 13, eerste en derde lid, bedoelde verplichtingen te voldoen door de totstandkoming van een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 13, eerste of derde lid, overeenkomstig die verbintenis.