is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Het vorige lid is niet van toepassing op hem die ambtenaar is uit hoofde van zijn dienstverhouding tot een lichaam, als bedoeld in artikel B 2, mits zodanig lichaam krachtens subsidievoorwaarden voorschriften als bedoeld in het vorige lid toepast.

HOOFDSTUK C. BIJDRAGE EN VERHAAL

Ambtelijk inkomen

Artikel C 1

1. Ambtelijk inkomen in de zin van deze wet omvat alle inkomsten in geld die een ambtenaar ter zake van zijn dienstverhouding ontvangt met uitzondering van: a. het aandeel van de lichamen in de lasten, strekkende tot het vestigen van aanspraken van de ambtenaar op uitkeringen krachtens door of vanwege de overheid vastgestelde sociale regelingen, daaronder begrepen pensioenregelingen; b. het bedrag dat in die inkomsten geacht moet worden te zijn begrepen ter compensatie van de premie, die ter zake van die inkomsten wordt geheven ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet; c. die, welke strekken tot vergoeding van onkosten die aan de dienstverhouding zijn verbonden, vergoedingen voor verblijf buiten Nederland daaronder begrepen; d. vacatie-en presentiegelden; e. kindertoelagen; f. gratificaties; g. vergoedingen voor studiekosten; h. uitkeringen bij bijzondere gelegenheden of bijzondere omstandigheden die betrekking hebben op de ambtenaar of zijn gezin; i. de uitkering krachtens of overeenkomstig de Interimregeling ziektekosten Rijksambtenaren; j. tantièmes; k. bij algemene maatregel van bestuur aangewezen inkomsten. 2. Gedurende de tijd waarin een ambtenaar door verlof, ziekte, militaire dienst of andere hem persoonlijk betreffende omstandigheden niet of niet volledig in het genot is van zijn inkomsten wordt onder ambtelijk inkomen verstaan het ambtelijk inkomen dat voor hem zou hebben gegolden indien genoemde omstandigheden zich niet hadden voorgedaan, met dien verstande dat inkomsten uit overwerk gedurende de vorenbedoelde tijd niet tot het ambtelijk inkomen worden gerekend indien deze niet worden ontvangen.

Bijdragegrondsiag

Artikel C 2

l. Elk ambtelijk inkomen dat een ambtenaar in een maand heeft ontvangen of geacht wordt te hebben ontvangen vormt een bijdragegrondsiag overdie maand. In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin maakt de jaarlijkse vakantie-uitkering deel uit van de bijdragegrondsiag over de laatste maand van de periode waarop die uitkering betrekking heeft. De bijdragegrondslag overeen jaar wordt gevormd door de som van de bijdragegrondslagen over de maanden van dat jaar. De voorgaande volzinnen gelden niet voor hem die ambtenaar is op grond van artikel B 6. 2. leder orgaan doet voor 1 april van elk jaar aan de directie, met betrekking tot elke dienstverhouding die in het voorgaande jaar tot het lichaam bestond, naamsgewijs opgave van de bijdragegrondslagen over het voorafgaande jaar.