is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1256, 11-10-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LISPETH ■

door Rudyard Kipling

(Naverteld)

Zij was de dochter van Sonoo, 'n arbeider op de hellingen van het Himalaya-gebergte en van Jadeh, zijn vrouw. Op een jaar hadden zij misoogst; toen werden zij christenen en lieten hun kindje door den zendeling van Kotgarh dopen. De naam „Elisabeth" werd in het gebruik tot Lispeth verkort.

Toen de ouders bij een cholera-epidemie stierven, kwam Lispeth In het huis van den zendeling. En, hetzij dat de christelijke godsdienst Lispeth beïnvloedde, hetzij dat haar eigen goden evenveel voor haar gedaan zouden hebben, zij groeide op tot een mooi meisje.

Als zulk een inlands meisje uit de bergen mooi is, dan is zij waard om er 50 mijl ver voor te lopen over een slechte weg. Lispeth's gezichtje was Grieks, zo iets als men dikwijls op schilderijen ziet, maar zelden in de werkelijkheid. Haar ogen waren buitengewoon mooi. Ja, als ze niet altijd in zo'n afschuwelijk lelijke katoenen jurk was gekleed geweest — dat was een voorschrift van de zending — dan zou men haar voor de Godin Diana hebben kunnen houden, wanneer men haar onverwachts in de bergen had ontmoet.

Lispeth bleef de christelijke godsdienst trouw, ook toen zij een groot meisje was. Zij waste zich ook elke dag, en haar eigen mensen haatten haar daarom: zij behoorde niet meer tot hen.

Maar de vrouw van den zendeling vond 't langzamerhand moeilijk. Zulk een statige, slanke godin kon men niet goed borden en schalen

„Dit is mijn man."

laten afwassen. Daarom speelde zij met de kinderen, gaf les op de Zondagsschool, las al de boeken, die er in huis waren, en werd hoe langer hoe mooier, net als de prinsessen in de sprookjes.

Eens, toen zij ruim 17 jaar was, ging Lispeth een wandeling maken; zij liep dikwijls mijlen ver. Die keer kwam zij thuis met iets heel zwaars in haar armen. Zwaar ademhalende kwam zij binnen en legde haar last op de sofa. Toen zei ze kalm tegen de verbaasde vrouw van den zendeling: „Dat is mijn man, ik vond hem op de weg naar Bagi. Hij heeft zich bezeerd. Wij zullen hem verplegen en als hij beter is, zal uw man ons beiden trouwen."

De zendelingsvrouw uitte een kreet van afschuw over zulke taal. Maar eerst moest om den bewustelozen man op de sofa worder gedacht. Hij was een jonge Engelsman en hij had een diepe hoofdwonde.

Hij werd naar bed gebracht en verzorgd. Lispeth herhaalde haar

huwelijksplan tegen den zendeling, en werd toen streng berispt over zulke onbehoorlijke taal. Maar dit had niet de minste invloed. Men heeft heel wat Christendom nodig om de onbeschaafde Oosterse instincten uit te wissen, als b.v. liefde op het eerste gezicht!

Na een paar weken begon de Engelsman te herstellen, maar het duurde nog een hele tijd eer hij vertrok, want hij kreeg zijn krachten na zijn val van de berghelling niet spoedig terug. Toen hij van de zendelingsvrouw Lispeth's denkbeelden vernam, lachte hij

hartelijk, het was werkelijk romantisch. Maar hij was verloofd

met een meisje in Engeland.

Natuurlijk was hij verder voorzichtig, maar hij vond 't toch prettig met haar te wandelen en haar met lieve naampjes aan te spreken.

Voor hem betekende dit niets, voor Lispeth echter de hele wereld.1 En omdat zij door haar geboorte een heidin was, deed zij geen moeite haar gevoelens te verbergen tot groot vermaak van den Engelsman.

Toen ging hij weg en Lispeth was heel ongelukkig.

De vrouw van den zendeling, die een goede christin was en daarom alle soorten van schandaal haatte, raadde den Engelsman aan om Lispeth te zeggen, dat hij terug zou komen om haar te trouwen. „Ziet u. ze is nog maar een kind en ik vrees in haar hart nog heidens."

Dat deed de Engelsman dan ook en Lispeth liet hem zijn belofte telkens herhalen. Toen hij vertrokken was, vertelde ze het ook aan de zendelingsvrouw en die herhaalde het ook.

Evenwel het duurde lang, Lispeth legde de oude aardrijkskundige legkaait weer in elkaar, zocht Engeland op en probeerde zich voor te stellen, waar hij nu was.

Maar de Engelsman vergat alles heel gauw en in het boek over het Oosten, dat hij later schreef, komt Lispeth's naam niet voor.

Lispeth echter werd hoe langer hoe onrustiger, zij liep elke dag naar de naastbij liggende plaats om hem tegemoet te gaan en kwam dan telkens angstiger terug. Toen na 3 maanden vertelde de zendelingsvrouw de waarheid aan Lispeth:

De Engelsman had dat van 'n huwelijk niet gemeend. Hij had 't maar gezegd, om haar kalm te houden. Ook was het onfatsoenlijk van Lispeth om te denken, dat zij met een Engelsman zou trouwen; die was van een ander, van een hoger staand ras; bovendien had hij aan een meisje van z'n eigen volk beloofd om met haar t» trouwen.

Lispeth zei, dat dit alles onmogelijk was. De Engelsman had 't gezegd en de vrouw van den zendeling had 'took gezegd.

Daarop antwoordde de zendelingsvrouw, dat dit alleen maar gebeurd was om haar rustig te maken.

Lispeth zweeg toen, dacht even na en ging toen het huis uit. Zij kwam terug als een meisje van haar volk: vuil, met het haar tn een varkensstaart gedraaid, zoals de vrouwen het daar dragen.

„U hebt Lispeth dood gemaakt, ik ga naar m'n eigen mensen terug. Jullie Engelsen bent allemaal leugenaars."

Toen verdween zij om nooit terug te keren.

Zij klampte zich wild vast aan haar eigen onzindelijk volk, alsof zij zo ongedaan kon maken, dat zij er ooit vandaan was geweest. Spoedig trouwde zij met een houthakker, die haar sloeg Van de mooie Lispeth was al gauw niets meer over .

De zendelingsvrouw schudde haar hoofd: „nooit en nergens Kan men een heiden vertrouwen."

Lispeth werd een heel oude vrouw, en als zij goed dronken was, dan deed zij soms nog het verhaal van haar eerste liefdesgeschiedenis.

Het was overigens moeilijk te begrijpen, dat dit vuile schepsel eens de mooie Lispeth van den zendeling was geweest.

') Dit verhaal uit Brits-Indië werd omstreeks 1880 geschreven.

Zijt gij al abonné op dit blad?

Zo niet, wordt het dan nu!