is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 7, 1936-1937, no 2, 15-07-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STATEN-GENERAAL

De Nationaliteit der Nederlandsche vrouw, gehuwd met een vreemdeling en die van haar kind. — Behandeling der kwestie in de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer behandelde in haar zittingen van 30 Juni en 2 Juli j.1. eenige wetsontwerpen ter goedkeuring van het verdrag van 30 April 1930, nopens zekere vragen betreffende wetsconflicten inzake de nationaliteit der Nederlandsche vrouw, gehuwd met een vreemdeling, en de goedkeuring der daarop betrekking hebbende protocollen, benevens de wijziging in de wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap.

Mevrouw Bakker—iVorf (Vrijz.-Dem.) wees erop, dat betreffende de eerste kwestie, indertijd in Den Haag geen uniforme regeling is getroffen, waardoor tegenstrijdige beginselen bestaan omtrent de nationaliteit der Nederlandsche vrouw, gehuwd met een vreemdeling, welke tegenstrijdigheden aanleiding geven tot groote conflicten en moeilijkheden. Voor haar gelden andere stelsels, dan meestal in het buitenland het geval is. Hier te lande, is de vrouw, die met een vreemdeling gehuwd is, volgens artikel 5 van de wet op het Nederlanderschap van 1892, staande haar huwelijk verplicht den staat van haar man te volgen. Een verzoek om naturalisatie kan door haar niet worden ingediend. De naturalisatie aan den man verleend, strekt zich van rechtswege uit tot zijn vrouw. De man kan dus geheel zelfstandig beslissen over zijn nationaliteit en die van zijn gezin; de wil van de vrouw in dit groote gezinsbelang, wordt niet gekend.

In tal van andere landen heeft men de nationaliteitswetgeving in gunstigen zin voor de vrouw veranderd, waardoor zij het recht heeft verkregen haar eigen nationaliteit te bepalen. Mevrouw Bakker—Nort achtte het pijnlijk, dat de Nederlandsche wetgever in deze kwestie geen wijziging wil brengen.

De minister van Justitie, mr. van Schaik, wees erop, dat, al had men ook meer resultaten gewenscht van de conferentie van 1930, daar toch in elk geval is bereikt, dat een regeling betreffende wetsconflicten inzake nationaliteit is getroffen, waardoor de staatloosheid werd opgeheven. Er is een regeling ten aanzien van het huwelijk bij verschillende nationaliteit tot stand gekomen, maar het is heel moeilijk, op het gebied der nationaliteit te komen tot een recht, dat voor ieder acceptabel is. Mevrouw BakkerNort heeft daarvoor nog eens een lans gebroken, maar haar opvatting is in strijd met die van de Regeering. Zij verdedigt haar onafhankelijkheidsstandpunt, maar dit werpt juist allerlei rechtsvragen op.

Naar des ministers meening is de eenheid van nationaliteit ook de uitdrukking van de eenheid tusschen man en vrouw in het huwelijk. Heeft men verschil van nationaliteit, dan krijgt men de moeilijkheid: tot welke nationaliteit moeten de kinderen behooren.

Eenige der goedkeuringontwerpen werden z.h.s. aanvaard.

De heer Goseling (R.K.) verdedigde namens de commissie van rapporteurs, een amendement betrekking hebbend op de wijziging van de wet op het Nederlanderschap, waarbij het, voor de in werkingtreding dezer wet, uit het huwelijk eener Nederlandsche vrouw met een vreemdeling zonder, dan wel met onbekende nationaliteit in het Rijk geboren wettig kind, dat sinds zijn geboorte geen nationaliteit heeft verworven, den staat van Nederlander verkrijgt, indien daartoe de wil te kennen wordt gegeven, binnen een jaar na het in werking treden van deze wet, of, tijdens minderjarigheid, binnen het jaar na zijn meerderjarigheid. Op het daarbij behoorend ontwerp tot wijziging van de wet op het Nederlanderschap, had spreker namens de commissie een amendement ingediend, dat, nader gewijzigd, hierop neerkomt, dat het wettig kind, dat vóór het in werking treden van het desbetreffende artikel in het Rijk geboren is uit een huwelijk, gesloten tusschen een Nederlandsche vrouw en een vreemdeling zonder nationaliteit, den staat van Nederlander bezit, mits het bij inwerking treding, woonplaats heeft in het Rijk, in Ned.-Indië, in Suriname of Curagao en geen andere nationaliteit bezit.

Eveneens bezit dat wettig kind den staat van Nederlander, indien het na de inwerkingtreding der wet in het Rijk geboren werd, terwijl de ouders op genoemd tijdstip in het Rijk woonplaats hadden en het kind geen andere nationaliteit heeft.

Minister van Schaik achtte het amendement der commissie een verbetering. Het werd vervolgens door de Kamer z.h.s. aangenomen.

Het wetsontwerp werd eveneens z.h.s. goedgekeurd. L. M.

HET IS MAAR EEN MEISJE!

,,Le Mouvement Féministe de Genève" vertelt, dat het jongste voorbeeld van het vooroordeel, dat zoo moeilijk uit te roeien schijnt, van de minderwaardigheid van meisjes boven jongens, ons wordt gegeven in de beslissing van een Duitsche vereeniging van kippenfokkers, die verlangend het hunne er toe bij te dragen om het geboortecijfer te doen stijgen, besloten, drie dozijn eieren te schenken aan al hun leden bij wie een kind zal worden geboren... maar dat dit cadeau tot twee dozijn zal worden gereduceerd als het kind een meisje is!

La Frangaise.