is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 7, 1936-1937, no 12, 15-05-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit deze landen. Uitgenoodigd waren ook eenige vrouwenorganisaties uit Ned.-Indië.

De opening van het congres werd bijgewoond door een groot aantal te Batavia verblijvende Consul-generaals.

De openingsrede werd in het Fransch uitgesproken door den directeur van Justitie Mr. K. L. J. Enthoven. Deze bracht eerst de landvoogdelijke boodschap over, waarin Zijne Excellentie zijn vreugde uitsprak over het feit, dat dit belangrijke congres in Ned.-Indië plaats vond en het een groot succes toewenschte.

Daarop ving Mr. Enthoven zijn rede aan en gaf een historisch overzicht van het bestrijdingswerk, waarbij hij Josephine Butler noemde, als de eerste die doelbewust (in 1869) den strijd aanbond tegen de prostitutie en het gereglementeerde bordeelstelsel.

Spr. eindigde met den wensch dat de deelnemers van het congres bezield door den ernstigen wil van een doelbewuste krachtige samenwerking, wegen zouden vinden, om de euvelen van prostitutie en vrouwenhandel beter te bestrijden.

Na de rede van Mr. Enthoven kreeg Dr. Ekstvand, hoofd van de Volkenbondsdelegatie en directeur van het Volkebondsbureau voor sociale vraagstukken het woord, voor het voorlezen van de speciale boodschap van Avenol, de secretaris-generaal van den Volkenbond. De heer Avenol betuigde daarin zijn dank aan de Ned. Regeering voor haar uitnoodiging om het congres in Ned.-Indië te houden en verzekerde, dat hoewel het hoofdkwartier van den Volkenbond in het centrum van Europa gelegen is, dit nooit een beletsel geweest is, om ook veel belangstelling te hebben voor aangelegenheden in 't Verre Oosten. Hij hoopte, dat dit congres daarvan het bewijs moge zijn en spreekt de verwachting uit, dat de besprekingen tot verbetering van den toestand in het Oosten zullen leiden.

Tot voorzitter werd verkozen Jhr. A. Baud, hoofd der Ned. delegatie en gouvernementssecretaris van Ned.-Indië en tot vice-presidente Mrs. Mukezjee, gedelegeerde van Britsch-Indië en presidente van de All Indian's Women Conference.

Op den tweeden dag, waarbij samenwerking bij de bestrijding van den „handel" werd besproken, werd het woord gevoerd door: Mr. North, (Honkong), den heer Jorden (Straits Settlements en de Federated Malay States (F.M.S.), en Mr. Fartsan Sung (consul-generaal van China te Batavia), die mededeelde dat in zijn land de „traffic" nog aanzienlijk was en dat Shanghai het centrum van den handel is, evenals Tientsien, Swarttow, en Hongkong, doch deze in mindere mate maar ook dat de prostitutie thans in zijn land verboden is en door den heer de Brouckère (Indo-China) die verklaarde dat

in zijn land practisch gesproken geen handel in thans in zijn land verboden is, door den heer blanke vrouwen bestaat, wel Chineesche. Verder dat er ook wel souteneurs te vinden zijn die kinderen voor „het beroep" opleiden, maar dat alle gegevens verzameld en behandeld worden door Fransche en Chineesche autoriteiten. Voorts voerden nog het woord: Mr. Akagi (Japan), de heer Meyer (Ned.-Indië), Mr. Sampio (Macao-Portugeesche bezetting), Prof. Corena (Portugeesch Indië), Prins Sakol (Siam), Mrs. Mukerjee (Britsch-Indië). Miss Gurthrie (Philippijnen).

Tot slot heeft Miss Meliscent Straphard (Britsch-Indië) central organiser of the „Association for Moral and Social Hygiene", verteld over haar arbeid in Indië, het aandeel, dat de vrouwen hebben gehad in het tot stand brengen van uniforme wetten voor heel Indië: over den strijd, dien ze gevoerd hebben tegen de militaire bordeelen voor de Britsche troepen, welke inrichtingen onder toezicht stonden van medici en officieren; en heeft Mr. Chen (afgevaardigde van de Nanking regeering, China) verklaard, dat zijn regeering samenwerking met andere landen zal toejuichen.

Nadat de heer Körper (Hoofdcommissaris van Politie te Djocja) en gedelegeerde van de Internationale politie-commissie de werking van dit lichaam had uiteengezet en verteld dat het centrale punt in Weenen is, kreeg ieder nog de gelegenheid om te repliceeren, waarna de conclusie werd neergelegd in een rapport door een subcommissie samengesteld.

Als hoofdpunt vermeldde dit rapport de instelling van centrale bureaux met een verbindings-autoriteit (liaison-officer), die geen executieve taak heeft, omdat hij anders op het terrein komt van politie en justitie. Hij mag alleen gegevens verzamelen en krijgt een adviseerende stem.

Op den derden dag werd het punt immigratie behandeld en werd het woord gevoerd door Mr. North (Hongkong), die mededeelt dat in Hongkong de Immigration Law bestaat, sinds 1855, die voorschrijft, dat immigranten deugdelijk onderzocht moeten worden, waar echter degelijks 10.000 personen Hongkong passeeren, kan dit onderzoek niet grondig zijn.

Mr. Chen (China) wil een grootere rol aan de politie-autoriteiten toegekend zien en een inniger samenwerking met de Britsche kolonies omdat door hen vooral de „migratie" van Chinezen plaats heeft. Hij vindt dat er gecontroleerde passagierslijsten dienen te zijn en de ontschepingsambtenaren volledige informaties moeten verstrekken.

Prof. de Brouckère zegt dat in Indo-Chnia strenge maatregelen inzake de „migratie" bestaan. „Migranten" moeten medische en andere verklaringen afgeven en opgeven waar ze zullen