is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 21, 1940, no 11, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een aanlegsteiger vanwege den Rijkswaterstaat, zonder bouwvergunning. Thans heeft de Hooge Raad bij arrest van 14 October 1.1. het tegen het vonnis van de Rechtbank ingestelde beroep verworpen.

Streekplan IJmond-Noord

Over de voorbereiding van dit streekplan bevat het laatste jaarverslag van de Vaste Commissie voor Uitbreidingsplannen en Streekplannen in Noord Holland over het tijdvak van 1 April 1939 tot 1 April 1940, een mededeeling. Het verslag wijst erop, dat de voltooiing van het plan, dat het vorige jaar reeds vrijwel gereed was, thans stagneerde in verband met de defensiebelangen, die door de tijdsomstandigheden een grootere rol speelden en de daarmee samenhangende onzekerheid omtrent de plannen van den Rijkswaterstaat en de voor de industrie in aanmerking komende terreinen.

Streekplan Kennemerland-Zuid

De administratieve voorbereiding van dit streekplan is sedert ons laatste bericht in een nieuw stadium gekomen. Wij deelden reeds mede dat Gedeputeerde Staten van Noord Holland het voornemen hadden, aan de gemeenten in dit gebied de verplichting op te leggen om gezamenlijk het streekplan in voorbereiding te nemen, De gemeenteraad van Bloemendaal heeft hiertegen beroep ingesteld, op formeel-juridische gronden. Bij besluit van den Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken van 12 October 1.1. is op dit beroep beslist.

Er is geen aanleiding gevonden om het besluit van Gedeputeerde Staten te vernietigen, maar de termijn, waarbinnen de gemeenteraden de regeling tot instelling van een streekplancommissie kunnen ontwerpen, is eenigszins gewijzigd, in dier voege dat deze termijn van vier maanden niet begint te loopen op den dag, waarop Gedeputeerden hun besluit hebben genomen, maar op den dag van de beslissing in beroep. Een uittreksel uit het besluit van den Secretaris-Generaal wordt in een der volgende nummers opgenomen.

Overzicht van tijdschriften

Nederland

De 8 en Opbouw, No. 21j22, 19 October 1940

Nieuwe taken in de lage landen, door M. Stam, Schrijver zet in het eerste gedeelte van dit artikel uiteen, welke factoren bij den stedebouw tot voor kort van zoo'n grooten invloed waren. De werkelijk goede, de werkelijk moderne wijken, de uitbreidingen met bevredigend karakter, ontsproten voluit aan de levensbehoeften van de bewoners. Als voorfjeeld wordt een kort overzicht van de uitbreiding van Amsterdam sinds 1200 gegeven. De vraag wordt gesteld; hoe zal de ontwikkeling verder gaan? Velen hebben reeds de onhoudbaarheid erkend van den ongebreidelden groei van de steden en zeer terecht wordt aangedrongen op het maken van streekplannen en zelfs op het maken van een plan voor het geheele land, dus een coördinatie van alle streekplannen. In het tweede gedeelte van zijn artikel bepleit schrijver een geheel nieuwe opstelling van de taak van den stedebouwkundige en van den architect. Uitgaande van het probleem van den wederopbouw van Rotterdam, zegt schrijver dat dit niet slechts een kwestie is van uitsluitend herbouwen, maar dat allereerst berekend en vastgesteld dient te worden, op grond van analytische onderzoekingen, welke rol deze stad en in principe ieder object in de wereldhuishouding vervult. Met afbb.

Het Bouwblad, No. 6, 10 October 1940

Over het restaureeren van onze oude monumenten en den wederopbouw van door den oorlog verwoeste steden, door C, M. van Moorsel Pzn. Zoowel voor het restaureeren van oude monumenten, als voor het wederopbouwen van verwoeste steden, zijn slechts cultureele problemen als richtinggevend te beschouwen. De materieele vraagstukken zijn daartegenover slechts van bijkomstigen aard (techniek, economie, hygiëne, verkeer enz, enz.). Hoewel mede vorm-bepalend, zijn ze van extrensieke waarde, d.w.z, ondergeschikt aan het formeele beginsel van het menschelijke leven. De zin voor

de juiste waarde, de onmiskenbare hiërarchie der dingen, is uit het bewustzijn van den modernen mensch verloren gegaan, door de tendenz van het vervlakkend liberalisme. Het aesthetisch verantwoorde kunstwerk, ~ter bevrediging van de schoonheidsverlangens van den nieuwen tijd" (zooals de „grondbeginselen" waarop de werkzaamheid van ons Bureau voor Monumentenzorg stoelt, dit uitdrukten), zijn slechts in zooverre van beteekenis, als zij de perfecte weergave zijn van ons eigen nationale cultuurbeeld. Zonder dit laatste is het slechts een leege frase, waarmede de liberale cosmopoliet zijn leege leven bij stukjes en beetjes tracht te vullen; telkens weer, om den duur van het knagende leed van die leegheid zooveel mogelijk te bekorten of te verdoezelen.

Bouwkundig Weekblad Architectura, No. 41, 12 October 1940

De maatregelen ter besparing op bouwmaterialen en de gevolgen voor de architectonische vormgeving, door J. F. Berghoef. Voor de uiterlijke verschijning van onze bouwwerken acht schr. vooral de richtlijnen inzake het gebruik van houten kozijnen van belang. De zware kozijnen geven aan de vensteropeningen een groote zelfstandigheid; het markante kleurverschil ten opzichte van den baksteen draagt bij tot de duidelijkheid van den gevel. Daartegenover bevredigt het stalen raam niet; het heeft een gemis aan constructieve kracht, waardoor de markante teekening van onze gevels vervalt. Schr. geeft in overweging dat op plaatsen waar een goed Hollandsch stads- of dorpsbeeld bedreigd wordt, ten aanzien van het houtgebruik voor kozijnen soepelheid worde betracht. Met afbb.

Economisch-Statistische Berichten, No. 1289, 2 October 1940

Overheidszorg voor den woningbouw, door Dr. Ir. H. G. van Beusekom. De tegenwoordige oorlogstoestand, die op zoo velerlei gebied zijn invloed doet gelden, heeft ook de woningvoorziening niet onaangetast gelaten, De stagnatie, die de economische ontwrichting in den aanbouw van woningen heeft teweeg gebracht, is van ernstigen aard, al is de toestand in de meeste gemeenten gelukkig niet zoo, dat onmiddellijk moeilijkheden zouden moeten worden gevreesd. Reeds gedurende een aantal maanden vóór den lOden Mei bleef de normale woningvoorziening achter bij de productie van vorige jaren en bij hetgeen in verband met de jaarlijksche woningbehoefte noodzakelijk moet worden geacht. Na een uiteenzetting van de huidige overheidsmaatregelen op het gebied der woningvoorziening, komt schrijver tot de conclusie, dat de uitvoering van de financieele paragrafen van de Woningwet, voor zoover de materialen-positie zulks toelaat, zoo goed mogelijk voortgang zal hebben. Wel wordt er de aandacht op gevestigd, dat de gemeentebesturen bij het indienen van plannen terdege zullen hebben te bedenken, dat de vraag, of de uitvoering van eenig plan waarlijk van een zoodanige urgentie is, dat het ook onder de huidige omstandigheden moet worden uitgevoerd, reeds met het oog op den materialenvoorraad en de nooden in bepaalde gemeente zeer bizondere overweging behoeft. En voorts, dat bij het ontwerpen van bouwplannen de uiterste soberheid dient te worden betracht. Met andere woorden, de uitvoering van de Woningwet gaat door, doch aangepast aan de moeilijkheden van dezen tijd. De kosten van de nieuw te bouwen woningen zullen hooger moeten zijn dan tot dusver. Daarom zullen ook de huren wat hooger moeten zijn dan die van de bestaande woningen.

Weekblad voor Gemeentebelangen, Nos. 40 en 41, 4 en 11 October 1940

Het Staatscommissie-ontwerp eener nieuwe Woningwet, door Mr. J. Kruseman, Het artikel geeft een critisch overzicht van de hoofdpunten van het wetsontwerp. Het beginsel van den stedebouwkundigen voorrang zou volgens de Staatscommissie een omwenteling brengen, die schr. echter in het ontwerp niet heeft kunnen ontdekken. De lintbebouwing zal over het algemeen door de ontworpen bepalingen niet worden voorkomen. Het recht van grondeigenaren om een ontwikkelingsplan voor hun terrein te eischen, met een dubbel beroepsrecht, is verwerpelijk. Een bezwaar is ook dat de Staatscommissie de schadevergoeding bij eigendomsbeperkingen te veel op den voorgrond heeft gebracht, wat mede lintbebouwing in de hand zal werken. Wat de nieuwe regeling van het streekplan betreft, valt op te merken dat de gebruikelijke leiding der streekplancommissies door een lid van Gedeputeerde Staten de vraag doet rijzen of de vaststelling van het plan niet bij Provinciale Staten moet worden