is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 50, 1952, no 14, 05-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoonlijke verantwoordelijkheid. De persoonlijke verantwoordelijkheid in de strijd om het bestaan is in alle vier gevallen hetzij verwaarloosd, hetzij problematisch of een noodzaak, die grotere aandacht vereist van de betrokkene. Wij kennen allen wel zulke gevallen en wij weten, hoezeer er in gesprekken met hen, die behoorlijk door de fiscus bezocht zijn, van deze gevallen gebruik gemaakt wordt om stemming te maken tegen de huidige uitgebreide sociale voorzieningen; wij weten ook, hoezeer de ondermijning van de persoonlijke verantwoordelijkheid door het voldoen aan de eis van sociale zekerheid een element is in de politieke propaganda van liberale zijde.

Dit vraagstuk is het vorig jaar onderwerp van bespreking geweest op de vergadering van de Vereniging van Leiders van Openbare Diensten en Instellingen voor Sociale Zorg. Artsen, predikanten, sociale werkers van allerlei slag komen er mee In aanraking en het verheugt ons dan ook, enkele bezonnen prae-adviezen te kunnen lezen van inleiders op genoemde vergadering, die ons tot voorzichtigheid manen bij het trekken van conclusies. Want het merkwaardige is, dat men, ondanks met stelligheid en hartstocht uitgesproken verwijten aan de na-oorlogse sociale politiek, toch niet zo heel erg veel met zekerheid kan zeggen, blijkens onderzoekingen in deze prae-adviezen, aangaande de beweerde ondermijning van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Feiten en cijfers schijnen er op te duiden, dat het hier nogal meevalt. Wij moeten ons er dan ook wel voor hoeden, niet uit een enkel geval, dat ons treft en waaraan wij ons eventueel ergeren, generaliserend algemene gevolgtrekkingen te maken.

Toch kunnen wij de gedachte niet kwijtraken, dat er iets niet in orde is met de sociale verzekering en de sociale zorg. Het voor ons liggende geschrift geeft dan ook menig citaat van hen, die hun verontrusting over de depersonalisatie in onze maatschappij, speciaal met het oog op de verantwoordelijkheid voor het levensonderhoud, uitspreken.

Mijns inziens gaat het echter niet om de vraag: moet er meer of minder sociale zekerheid en sociale zorg (door overheid of particuliere instellingen) zijn? Ik meen. dat het beginsel van zo groot mogelijke sociale zekerheid voor ons als socialisten onaantastbaar moet zijn. De vraag, waar het hier echter wèl om gaat, is de vraag: wordt die sociale zorg op de juiste wijze uitgevoerd? Het Is een vraag van de techniek. En dé,ar zal de aandacht vooral op gericht moeten zijn. Vooral waar de efficiency in onze ingewikkelde samenleving vereist is, zal men op zijn hoede moeten zijn voor het gevaar, dat er naar de persoonlijke neigingen en mogelijkheden van het individuele geval niet voldoende wordt omgezien. Daar zal een techniek van verzorging moeten gevonden worden, die zoveel mogelijk de persoonlijke verantwoordelijkheid ontziet en opwekt het verantwoordelijkheidsbesef tegenover de samenleving en de instellingen, die er voor zijn om te helpen, waaraan men zelfs rechten kan ontlenen op hulp en bijstand. De maatregelen in geval 2 en 3, hierboven genoemd, behoren tot zulke technieken. Gevraagd moet worden: waar liggen de stimulansen tot eigen verantwoordelijkheid en eigen hulp? Deze vraag, die meer een vraag van uitvoeringstechniek en van beleid dan van beginsel is, heeft een strekking, die parallel loopt aan de bedoeling van het maatschappelijke werk in onze tijd, waarbij namelijk niet allereerst de zorg voor de maatschappelijk zwakke of

onvolwaardige in het middelpunt staat, doch veeleer het streven om de betrokkene weer in staat te stellen, zich zelf te helpen en zelf vooruit te komen, door eigen inspanning en voor eigen verantwoordelijkheid. In dit verband kan kennisneming van het „social case work” (de techniek, waarbij het individuele geval en de persoonlijke betrekking tussen mens -en mens en de wil om zelfstandig te worden en zich zelf te helpen zulk een grote rol spelen) niet genoeg aanbevolen worden aan hen, die met de uitvoering van sociale verzekering en maatschappelijke zorg belast zijn. Hiermede zijn wij echter ongemerkt van de uitvoeringstechniek overgegaan op de opvoeding tot persoonlijke verantwoordelijkheid. Op het gebied van de uitvoeringstechniek kan er nog heel wat geschieden om een ondermijning van de verantwoordelijkheid, die zich onder andere vooral uit in de steunfraude bij werklozensteun, te voorkomen. Een verdere doorvoering van de verzekeringsgedachte, ook bij de oudedagvoorziening en de kinderbijslag, verdient hier overweging. Maar daarnaast moet de persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover eigen bestaan en tegenover de samenleving meer en meer een punt van bespreking blijven bij al dat werk en al die maatregelen, die van waarde zijn voor de volksopvoeding. Hier komen allerlei mogelijkheden in het gezicht. Wie denkt hier niet aan het werk van Volkshogeschool en

„De Vonk”? Of aan het Zonnebloem-werk en het Mater Amabilis-werk onder fabrieksmeisjes? Maar niet minder belangrijk zijn hier de verdere democratisering van het bedrijfsleven en de wijkgedachte in de grote stad.

Het gaat hier eigenlijk niet allereerst om een sociaal-economisch vraagstuk, maar om een sociaal-paedagogisch vraagstuk. Het gaat om de vraag de zedelijke vraag —, hoe wij in onze ver ontwikkelde maatschappij de zedelijke waarden, die gelegen zijn in de spaarzin, in de arbeidzaamheid, in de zuinigheid, in de zelfbeheersing, in de onafhankelijkheid en in het gemeenschapsbesef, kunnen behouden zónder terug te vallen in een verhouding van klassetegenstelling en proletarische nood, welke wij geen van allen meer wensen. In vergelijking met andere gebieden der aarde zijn de landen van West-Europa zeer ver gevorderd op het gebied van de sociale zekerheid, al blijft er nog wel het een en ander te wensen over. Maar ten aanzien van het gebruik en de toeëigening van de verkregen rechten staan wij nog aan het begin van een ontwikkeling. Gaat u zelf maar eens na in uw dagelijkse leven en omgeving, hoe vaak niet het gebrek aan geld, maar de juiste en verantwoorde besteding van het geld de oorzaak is van nood en gebrek. Dan stuit u daar op een zijde van hetzelfde vraagstuk.

H. J. DE WIJS

GEBED

VOOR HET NIEUWEJAAR

reer is een jaar voorbijgegaan, Vader in de hemel! Wij danken U daarvoor dat het aan de tijd der genade toegevoegd werd, en zijn er niet voor bevreesd dat het ook aan de tijd der rekenschap zal toegevoegd worden; want wij vertroosten ons op Uw barmhartigheid. Het nieuwe jaar staat voor ons met zijn eisen; en ook al treden wij het gebukt en bekommerd binnen, omdat wij ons niet kunnen en willen verhelen de gedachte aan de lust der ogen die bekoorde, aan de zoetheid der wraak die verleidde; aan de toorn die ons onverzoenlijk maakte, aan het koude hart dat ver van U wegvluchtte, dan treden wij het toch ook niet met volkomen lege handen binnen; want wij willen immers ook deze met ons nemen: de herinneringen aan de bange,twijfel die weggenomen werd, aan de stille bekommernissen die bemoedigd werden, aan de gebogen geest die opgericht werd, aan de blijde hoop die niet beschaamd werd. Ja, wanneer wij in ogenblikken van droefheid onze geest willen sterken en opbeuren door de gedachte aan de grote mannen. Uw uitverkoren werktuigen, die in zware aanvechtingen, in de angst des harten de geest vrij hielden, de moed ongebroken, de hemel open, dan willen wij ook ons getuigenis daar aan toevoegen in de zekerheid dat, ook al is onze moed in vergelijking met de hunne slechts mismoedigheid, onze macht onmacht. Gij toch dezelfde zijt, dezelfde geweldige God, die de geesten beproeft in de strijd, dezelfde Vader, zonder Wiens wil geen musje ter aarde valt. Amen.

S. A. KIERKEGAARD

Vertaald voor T. en T. doorS. v. L.