is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 51, 1953, no 29, 18-07-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De felle actie van katholieke zijde ondernomen tegen het Humanistisch Verbond is niet zonder meer aan de vakbeweging voorbijgegaan. Men kan hier en daar de mening beluisteren, dat de K.V.P. deze actie slechts nodig had om in de verkiezingstijd de aandacht van de katholieke kiezers af te leiden van de innerlijke verdeeldheid van de K.V.P. Ook al zou deze mening juist zijn, dan kan niet ontkend worden, dat bedoelde actie degelijk is voorbereid en op alle terreinen van het katholieke verenigingsleven is gevoerd.

Indertijd hebben wij in twee artikelen') aandacht gevraagd voor de publicatie in het K.A.B. kaderblad') betreffende het motief tot bisschoppelijk verbod voor katholieken om lid te zijn van het N.V.V. In de Vastenbrief van 1946 werd medegedeeld, dat de bisschoppen geenszins de ogen sluiten voor de ontwikkeling, die zich in socialistische verenigingen aftekent, maar dat de deugd van voorzichtigheid eist, dat de vroegere bepalingen gehandhaafd blijven, totdat uit de feiten blijkt, dat hun streven niet meer in strijd is met de christelijke beginselen of de christelijke geest.

Van de zijde van de K.A.B. wil men dan betogen, dat uit de feiten o.a. is gebleken, dat het materialisme de meer vriendelijk klinkende naam van „humanisme” heeft gekregen, maar dat Marx zijn stelsel juist het waarachtig humanisme heeft genoemd. En verder dat het N.V.V. zich niet heeft losgemaakt van de marxistische grondstellingen, maar dat het slechts het revolutionnaire karakter heeft laten varen om excessen te vermijden en om op practische punten gemakkelijker tot een gemeenschappelijk standpunt te kunnen komen. De K.A.8.-leden behoefden dus aanvankelijk niets anders te weten dan dat er aan het N.V.V. eigenlijk niets veranderd was.

Alleen als het zou gaan over de meer vriendelijk klinkende naam van „humanisme”, dan zou dat nu juist het waarachtige van de marxistische grondslagen van het N.V.V. zijn.

Maar daarmee hebben de katholieke arbeiders uiteraard nog geen „ruimzicht” gekregen op het humanisme en het gevaar, dat hen bedreigt. Misschien hebben ze de artikelenserie van C. F. Pauwels O.P. in de Volkskrant van begin van dit jaar gelezen en daaruit begrepen door welke oorzaak het Nederlandse humanisme zich thans gestalte gaat geven in het Humanistisch Verbond. Immers, zo wordt daarin gezegd, het aantal buitenkerkelijken groeit en steeds meer van deze buitenkerkelijken gaan zich humanisten noemen. Een concrete en actuele factor heeft dit proces verhaast. De S.D.A.P. vormde zich om tot de Partij van de Arbeid en erkende het marxisme niet meer als de officiële geestelijke basis van haar socialisme. De socialistische partij vormt voor haar aanhangers niet meer het oude en vertrouwde geestelijke tehuis, dat eigenlijk ook een beetje de functie van kerk en godsdienst had overgenomen, En daarom neemt de buitenkerkelijke groep nu gestalte aan in het Humanistisch Verbond. Het gaat hier om een grote groep, schrijft Pauwels, misschien wel meer dan 30 % van onze artsen en journa-

Vakbeweging en humanisme

listen, advocaten en psychologen, docenten en sociale werkers, vakbondsbestuurders, ambtenaren en officieren. Mensen, die zich met de vormgeving van het persoonlijke en openbare leven bezighouden.

Dat is blijkbaar ook voor de K.A.B. een belangrijke zaak, getuige een serie artikelen in het K.A.8.-kaderblad. De buitenkerkelijkheid wint steeds meer veld en de geloofsafval onder de brede massa’s der arbeiders kan ten slotte alleen gestuit worden door het actief apostolaat van de katholieke arbeiders zelf.

Door hen alleen ook kan onder leiding der Kerk mede teruggewonnen worden wat verloren ging. De buitenkerkelijkheid onder de arbeiders is een gigantisch probleem, dat alleen door middel der katholieke arbeiders zelf, onder leiding der Kerk, kan worden opgelost.

Dit is de grote geestelijke opgave van de Nederlandse Katholieke Arbeidersbeweging op dit moment. En deze opgave moet door de leiders in een goed doordacht, practisch opgezet program vastgelegd worden. Deze opgave is op alle terreinen van het leven, waar de katholieke arbeiders weerbaar zijn, duizend maal urgenter dan alle urgentiepunten van hun overigens zeer belangrijk sociaal program. Of dit nu de mening van de K.A.B. is, kan niet worden gezegd, maar in ieder geval wel van pater Van Rixtel S.C.J., voor wiens betoog de K.A.8.-pers werd beschikbaar gesteld. ”)

Overigens blijkt uit zijn betoog, dat de kwestie van buitenkerkelijkheid en humanisme wel is waar urgent is, maar volgens zijn mening niet nieuw. Het heidens humanisme heeft zich ontwikkeld in het Europa der na-middeleeuwen naast het christelijk humanisme. De dragers daarvan grepen terug naar het valse vrijheidsidee en zetten de Staat los van de Kerk. Dat was de inzet van de ramp. Op godsdienstig gebied manifesteerde zich deze ramp het eerst met de leer van Luther. Op wijsgerig terrein werd twijfel aan de Openbaring vervangen door het rationalisme. Aanvankelijk was het slechts een zaak van een intellectuele élite, maar de Verlichting en de Encyclopedie brachten de doorbraak. Rousseau kwam met zijn stelregel: „de mens is van nature goed, vrij en gelukkig, maar de maatschappij maakt hem ongelukkig, slaafs en slecht”, terwijl Hobbes leerde, dat „een staat niet onrechtvaardig tegenover een andere staat kan zijn, zolang hij hoe dan ook zijn eigen belang dient”. Over Europa groeide een ontzaglijk leger van onterfden zonder God en zonder geld. De onterfden van de hemel en van de aarde, de geestelijke en stoffelijke beroofden en berooiden kwamen in opstand tegen het liberale kapitalisme. En zo ontstond het socialisme als liberalisme van de massa. Dit socialisme tendeerde naar staatssocialisme en maakt zich in zijn communistische consequentie op tot een zegetocht over de wereld.

Eerst de hervorming, later de valse wijsbegeerte en vervolgens de Franse revolutie hebben het geloof uit de harten der

menigte weggerukt, de zedelijke en godsdienstige banden verbroken. Zo konden wereldoorlogen, verbonden door de ramp van een grote economische crisis ontstaan, waardoor het geloof in de vooruitgang werd omgezet in een bewustzijn van achteruitgang met als sterk sprekend symbool de atoombom. De meest vrijdenkende humanist schrikt van de chaos, echter zonder te bemerken, dat dit het resultaat is van drie eeuwen geestelijk sloperswerk van het heidense humanisme. Katholieke arbeiders: God heeft u nodig!!!

Wie tot nu toe twijfelde aan het nut van het bisschoppelijk verbod voor katholieken om lid te zijn van het N.V.V., zal, dunkt ons, na de openbaring van deze pater wel overtuigd zijn van de grote waarde van de katholieke arbeidersbeweging van de Kerk. Niet dat het Humanistisch Verbond zo’n grote aanhang heeft is het grote gevaar, aldus pater Van Rixtel, maar de slagzin, die gebruikt wordt, namelijk dat het christendom heden ten dage een overwonnen standpunt is en dat de Kerk aan de moderne mens niets meer te zeggen heeft, brengt de buitenkerkelijken gemakkelijk de overtuiging bij, dat zij het meest moderne standpunt hebben ingenomen.

Zo’n handig gedebiteerde leugen begint op den duur zelfs indruk te maken op de strijdbare katholieken en dit werkt fataal, meent hij. Dat kan een pessimisme oproepen, dat uit den boze is. Bovendien, voor pessimisme is geen reden, zoals ons de les der kerkgeschiedenis leert. Deze humanistische slogan is een heel versleten leugen in een nieuw kleedje. De 11 apostelen, die geladen werden met de kracht van de Heilige Geest op de eerste Pinksterdag van het Nieuwe Verbond waren ook eenvoudige arbeiders. De Joodse en heidense humanisten van die tijd hebben zich een breuk gelachen, maar dat lachen hebben ze spoedig verleerd. De Kerk van Christus, die door haar vijanden sinds bijna 2000 jaar overwonnen verklaard is en dood, staat als een levend Wonder midden in de hedendaagse wereld. De katholieke arbeider, die in de fabriek, op de werven, in het schaftlokaal, in de D.U.W. of waar dan ook zijn weifelende broeder in weemoed op dit wonder wijst, verricht daarmede een actief apostolaat.

Als wij de pater In zijn drie uitvoerige artikelen op de voet volgen, zijn wij op vele punten geneigd tot commentaar. Wij zullen dat uiteraard niet doen, slechts willen wij nog het volgende opmerken. Enerzijds wordt gesteld, dat de K.A.B. een opgave heeft in de strijd tegen het goddeloze humanisme en de buitenkerkelijkheid, anderzijds is het een kwestie van actief apostolaat der katholieke arbeiders onder leiding der Kerk. Men zou kunnen concluderen, dat de Kerk blijkbaar als Kerk niet in staat is de buitenkerkelijkheid te bestrijden en daarvoor een sociaal-economische organisatie als de K.A.B. nodig heeft om dit doel, dat duizend maal urgenter is dan het sociale program, te bereiken. Alsof juist in landen, waar het sociale program door de Kerk steeds verwaarsloosd is, het door onze pater zo zeer gevreesde communisme, dat naar zijn mening nu eenmaal de consequentie is van buitenkerkelijkheid en humanisme, nimmer kans van slagen zou hebben gehad.

J. VAN DER PLOEG

Den Haag.

’) T en T van 13 en 20 December 1952. “) „Ruimzicht” van 15 October 1952. ") „Ruimzicht” Pebr./Maart 1953.