is toegevoegd aan uw favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 2, 1865-1866, no 26, 29-10-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiervan dagelijks 40 a 50 stuks met gemak door. De smaak der massa was bovendien niet onaangenaam en, dank aan het brandewijngehalte, konden de boli ineene nauwkeurig geslotene stopflesch onderscheidene dagen goed bewaard worden.

Uittreksels uit binnen- en bultenlandsche tijdschriften. firana kermes (waarvan de naam nog leeft in onze Kermes minerale wegens de overeenkomst in kleur) als uitwendig geneesmiddel bij verwondingen inde aan dierlijke zelfstandigheden rijke materia medica van den ouden tijd voorkomende, worden nog steeds wegens hunne kleurstof en het vertrouwen op hunne versterkende en adstringeerende eigenschappen door de bevolking van de oevers der Middellandsche zee ingezameld. Planchon heett een werk gewijd aan de beschouwing dezer parasietdiertjes, die op de eiken hun verblijf houden. De verschillende dieren , welke als grana kermes gebruikt worden, zijn; Chermes Vermilio Pianch., die slechts op Quercm coccifera leeft; CheTW.es JEwerici Pianch., gewoonlijk op Quercus coccifera, misschien ook op Quercus Ilex ; Chermes Bauhini Pianch. op Quercus Ilex; verder Coccus Gramuntii Pianch. en Coccus pulvinatus Pianch., beide op Quercus Ilex. Deze insecten schijnen de boomen, waarop zij leven, geen schade aan te brengen , maar eene soort van cochenille inde gedaante eener mosselschelp , die zoowel op Quercus coccifera als op Quercus Ilex leeft , vermenigvuldigt zich in zulk eene hoeveelheid, dat zij den geheelen tak bedekt en hem doodt. De eigenaardige reuk van het acidum tannicum is volgens Procter, behalve van onzuiver aangewenden aether, afkomstig van eene geringe hoeveelheid aetherische olie, die inde galnoten bevat is en o. a. te voorschijn treedt, wanneer galnoten gestooten worden. Toen hij acidum tannicum met benzol digereerde, waarin het onoplosbaar is, en het benzol liet verdampen, totdat zijn reuk geheel verdwenen was, hield hij een zeer klein overblijfsel, dat den reuk der galnoten openbaarde. ' Dr. Thomé heeft (inde Botanische Zeitung') een microscopisch onderzoek aan de hand gedaan, om bittere amandelen van zoete te onderscheiden. Zooals bekend is, bevatten de bittere amandelen amygdaline en emulsine, de zoete enkel emulsine. Indien men een microscopisch praeparaat maakt vaneen schijfje verkregen bij doorsnede vaneen geschilden amandel, dan vindt men zoowel bij de zoete als bij de bittere amandelen, behalve rondachtige parenchymateuse , nog kleinere cambiale cellen der vaatbundels, die in onderscheidene strengen de zaadlobben doortrekken. Verzadigt men een droog schijfje met suikerstroop en voegt men er vervolgens zwavelzuurhydraat bij, dan wordt het geheele praeparaat binnen korten tijd fraai rood en wel het parenchymateuse weefsel der bittere en der zoete amandelen °p gelijke wijze rozerood; de vaatbundels daarentegen die nog geene volkomen gevormde vaten vertoonen) don-

(Bladz. 5). kerder, bij de zoete amandelen meer kersrood, bij de bittere meer bloedrood. Door dit laatstgenoemde verschil in kleur is men dadelijk in staat gesteld , om aan het kleinste schijfje te zien of het aan een bitteren dan wel aan een zoeten amandel behoort. De parenchymateuse cellen bevatten bij beide soorten van amandelen de vette olie en het emulsine, de cellen der vaatbundels bij de bittere amandelen het amygdaline. Legt men geheele geschilde bittere amandelen gedurende eenige dagen in eene vette olie, het best in amandelolie en beschouwt men microscopische praeparaten van zoodanige amandelen in dezelfde olie liggende, dan zal men de vaatbundels gemakkelijk aan hunne kleine cellen herkennen. Daar deze nu inde zaadlobben tamelijk verstrooid zijn, zoo valt het vooral, wanneer men ze inde lengte heeft doorgesneden , met behulp van het praepareermicroscoop gemakkelijk , zich eene groote hoeveelheid parenchymateus weefsel te verschaffen, waarin geene vaatbundelcellen meer aanwezig zijn. Kauwt men deze massa, dan ontwaart men slechts den smaak der amandelolie; kauwt men daarentegen de daarvan afgezonderde vaatbundels, waarin men nog parenchymateuse cellen heeft gelaten, dan bemerkt men dadelijk den intensieven brandenden smaak der bitteramandelolie. Emulsine en amygdaline zijn dus inde amandelen van elkander gescheiden, want brengt men een zoo dun mogelijk schijfje, dat vaatbundels en parenchymateuse cellen bevat, droog onder het microscoop en besprenkelt het vervolgens met water , dan zal de gisting aanvangen en zich openbaren door eene uiterst levendige moleculaire werking inde onmiddellijke nabijheid der vaatbundels, waarbij zich een reuk naar bitteramandelolie ontwikkelt. Wijze der aanwending van nitras argenticns voor inwendig gebruik. Deniau heeft de verschillende.vormen, waarin nitras argenticus inwendig wordt aangewend, nauwkeurig nagegaan. De pillen van Boyle (Pilules lunaires hydrygogues de Boyle ou vitriol purgatif de lune) bestaande uit: nitr. argentic. 3,50 gram|(37‘ grein) nitr. kalic. 3,50 „ (37J grein) mie. panis 5,00 „ (75 grein) voor 100 pillen , zoodat elke pil 35 milligram (| grein) nitras argenticus bevat , werden na eenige. dagen gestaan te hebben onderzocht, waarbij bleek , dat zij grootendeels ontleed waren en zilver inden metaalstaat hadden afgescheiden. Niet beter maakten het ook volgens de ondervindingen van andere geneesheeren pillen met nitras argenticus , waarbij plantenextracten tvaren gevoegd. Het meest rationeele voorschrift was van Mialhe, die den nitras argenticus met het viervoudige van zijn gewicht aan chloretum natricum vermengt en de pillenmassa met zetmeel en arabische gom maakt. Dit voorschrift was gegrond op de oplosbaarheid van het chloretum argentioum in alcalische chloruren, doch de pillen worden spoedig zeer hard en zullen alsdan moeielijk geabsorbeerd worden. Vee verkoos als bindmiddel bij de zilverpillen de gepraecipiteerde kiezelaarde, boven welke Hager aan zuivere klei