is toegevoegd aan je favorieten.

Pharmaceutisch weekblad; voor Nederland, jrg 14, 1877-1878, no 25, 21-10-1877

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral het koken van den spiritus vermeden wordt, geheel rustig en zonder stooten, zoodat een verlies door uitspatten niet te vreezen is. Een gedeelte van het boterzuur vervluchtigt als aethylbutyraat (boterzure-aethylaether), kenbaar aan den aangenamen ananasgeur, die zich door het geheele vertrek verspreidt. Na eenige minuten voegt men eenige droppels gedestilleerd water bij de spiritueuze vloeistof. Meestal ontstaat daardoor eene geringe troebeling, afkomstig van on verzeept vet; na eenige minuten koken verdwijnt deze troebeling. Men gaat nu voort met het droppelsgewijs bijvoegen van het gedestilleerd water, totdat ook na het bij voegen eener grootere hoeveelheid gedestilleerd water geen troebeling meer ontstaat, waaruit blijkt dat het verzeepingsproces geheel geëindigd is. De heldere zeepoplossing wordt nu in het waterbad verder verwarmd, totdat de spiritus geheel ontweken is, en nogmaals eene groote hoeveelheid water bijgevoegd. De zeep door verdamping van den spiritus eenigszins vast geworden, lost nu weder op en wordt met overmaat van verdund chloorwaterstofzuur ontleed. De vetzuren verzamelen zich op de oppervlakte en worden ongeveer een half uur of zoolang verhit, totdat zij op de zure vloeistof als eene heldere olie drijven. Men moet hierbij zeer voorzichtig te werk gaan en vooral vermijden, dat de gesmolten vetzuren mét den bodem der porseleinen schaal, door al te sterke verdamping van het water, in aanraking komen, dewijl zij later slechts moeilijk te verwijderen zijn en een klein verlies daardoor onvermijdelijk wordt. De nog vloeibare vetzuren worden nu op een gedroogd gewogen filter van best Zweedsch filtreerpapier, dat zelfs heet water slechts in droppels doorlaat, verzameld, terwijl men de voorzorg neemt, eerst het filter met heet gedestilleerd water voor de helft te vullen en dan de oliedroppels daarop te brengen. De schaal wordt met kokend water volkomen uitgewasschen, hetwelk vrij gemakkelijk gaat. De vetzuren, die zich op het filter bevinden, worden nu met kokend water zoolang afgewasschen, totdat eenige C. C. van het filtraat het gevoeligste blauw lakmoespapier niet meer rood maken. Bij het bezigen van 3—4 gram botervet dient daartoe meestal een liter gedestilleerd water. De onoplosbare vetzuren, stearinezuur en palrnitinezuur, zoo ook het oliezuur, zijn nu geheel afgezonderd en worden na volkomen bekoeling, des noods bevorderd door den trechter in koud water te plaatsen, tot constant gewicht gedroogd en gewogen. Het drogen duurt 3—4 uren. Het verkregen gewicht wordt op percenten berekend. Bedraagt het gehalte aan vetzuren minder dan 88°/0, dan kan men de boter voor zuiver en onvervalscht verklaren, hoewel eene geringe hoeveelheid vreemd vet aanwezig kan zijn, dewijl goede boter met een laag gehalte aan niet-vluchtige vetzuren eene bijvoeging van lu°/o vreemd vet verdraagt, om het normaalgehalte van BS°/a te bereiken. Dewijl zulke boter de ongunstigste productieverhouding vertegenwoordigt, neemt men gewoonlijk 87,5°/0 als normaalgehalte aan en stelt dit cijfer als grondslag voor de berekening. In twijfelachtige gevallen kan de scheikundige met het cijfer 88 volstaan. Bij de berekening wordt overwogen, dat bij eene vervalsching met 100°/o vreemd vet, dat wil zeggen, bij geheele vervanging van botervet door vreemd vet, het gehalte aan niet-vluchtige onoplosbare vetzuren 95,5°/0, dus 8% meer dan bij normale boter, bedragen zal. Zij a het door de analyse gevonden percentisch gehalte aan vetzuren, dan geeft de vergelijking : 8 : 100 (a— 87,5): x. x 13,5 (a—87,5) het percentisch gehalte A aan vreemd vet in het geanalyseerde botervet, hetwelk door uitsmelting van het onvermijdelijk gehalte aan water, keukenzout en caseïne, afkomstig van de bereiding, bevrijd is. Ook op deze omstandigheid moet acht gegeven worden en er is dus nog eene nadere berekening noodig, om uit het getal Ade prreenten vreemd vet inde onderzochte boter van den handel te vinden. Het gehalte aan water, keukenzout en caseïne bedraagt in goede boter gemiddeld 15°/0, terwijl de overige 85°/0 uit zuiver botervet bestaan. Trekt men de boven gevonden hoeveelheid vreemd vet, A, van 100 af, dan verkrijgt men het percentisch cijfer voor het zuiver botervet inde geanalyseerde boter, hetwelk met B aangeduid wordt: 100 A = B. Nu verhoudt zich 85: 100 = B: X, waarbij x beteekent de hoeveelheid botervet, op boter van den handel berekend, die aan B beantwoordt. Stelt men de waarde x eenvoudiger door

C voor, dan wijst de formule het percentisch gehalte A L> aan zuiver botervet in handelsboter aan; door dit cijfer van 100 af te trekken, verkrijgt men de percenten vreemd vet. Een voorbeeld zal dit duidelijk maken. Men hebbe bij de analyse op de boven beschreven wijze van het van water, zout enz. bevrijde botervet een gehalte van 90% vetzuren verkregen, dan is; 1) A = 13,5 (90—87,5) A = 31,35. 3) 100 31,35 = 68,75 = B. 8) 100 X 68.75 ' 85 -C = 80,88. 4) 100 X 80,88 72,139% zuiver botervet. ; 31,35 X 80,88 10 5) 100 73,139 = 37,871 % vreemd vet. Voor de nauwkeurige bepaling van water, zout en caseïne vindt men inde werken over analytische scheikunde voldoende aanwijzing. Bij goede boter mag het gehalte aan water 10—13%, aan keukenzout 33,3%,5—3%, aan caseïne 35%, dus gezamenlijk 15% niet overschrijden. Men stelle dus voor normaal-boter een gehalte van 85°/0 aan botervet en een gehalte van 15% aan water, keukenzout en caseïne gezamenlijk. Orn te berekenen, in hoeverre de onderzochte boter daaraan beantwoordt, kan men vrij benaderend volgens het eerste gedeelte der vermelde methode te werk gaan. Men weegt namelijk de geheele hoeveelheid vet na smelting op het waterbad en na bekoeling en vindt dus hoeveel er door de genomen 10 gram opgeleverd is Bedraagt dit minder dan 8,5 gram, dan is het gehalte aan water, keukenzout en caseïne te groot. Men vindt bijv. 6,8 gram, dan wordt het percentisch gehalte: 8,5 : 100 6,8 : x; x rz 80. 100—80 = 30. geeft dan het gehalte aan water, keukenzout en caseïne aan; dus s°/0 boven het normaal gehalte. Verder kan men, door het waterig vocht na weging op het waterbad tot droog te verdampen, opnieuw te wegen en het gewicht van het eerste cijfer af te trekken, het watergehalte leeren kennen; door het gedroogde met water uitte loogen en het onopgelost geblevene na droging opnieuw te wegen, het caseïnegehalte, terwijl het verschil tusschen dit cijfer en bet cijfer der geheele gedroogde stof het keukenzoutgehalte aanwijst. HA.NI) ELS BERICHTEN. IX. Brometum kalicum weder lager genoteerd. Ook lodetum kalicum is iets lager aangeboden, hoewel de vereeniging der iodiumproducenten waarschijnlijk ook voor 1878 van kracht zal blijven. Voor Cortex chinae is te Londen inde vorige week iets meer besteed. Ook de prijs van Sulphas cliinini is gestegen. Groote aankoopen voor het Eussische leger (men spreekt van 3500 kilogram) hebben daarop zeker invloed gehad. Flores chamomillae Bomanae eerst schijnbaar overvloedig, zijn thans plotseling bijna opgeruimd en reeds iets in prijs gestegen. Fulia sennae Alexandrinae in prijs gedaald. Lycopodium ten gevolge van den zeer schralen oogst duur en schaarsch geworden. Oleum cajuputi door schaarschte zeer gestegen. Succus ruhi idaei en Syrupus zijn door geringen voorraad hooger in prijs. Terelinthina veneta inde gewoonlijk verlangde heldere kwaliteit thans bijna niet meer te bekomen. Vaselinum werd inden laatsten tijd lager genoteerd dan toen het voor het eerst werd aangeboden. In N°. 9 en 10 van dezen jaargang deelden wij het vonnis mede, waarbij M. Cléban, drogist te Amsterdam, wegens den verkoop van pillen met Brometum kalicum beneden het minimum, der ministeriëele lijst veroordeeld werd tot ƒSO geldboete of subsidiair 5 dagen gevangenisstraf. De heer Cléban kwam tegen dit vonnis in hooger beroep.