Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SULPAS DUBOÏSINI EN SULEAS ATROP INI. De berichten in N°. 21 van dit Weekblad, alsmede in het September-nommer van Haaxman’s //Nieuw Tijdsschrift voor de Pharmacie in Nederland” omtrent het nieuw alkaloïd, nopen mij, reeds nu, als vöorloopige uitkomst eener vergelijkende studie over bovengenoemde zouten (door de vriendelijke welwillendheid van den heer Agema, apotheker van het TJniversiteits-Ziekenhuis, daartoe inde gelegenheid gesteld) het navolgende mede te deelen. De sulfas duhoïsini, afkomstig uit de pharmacie Miahle te Parijs, had het uiterlijk eener lichtbruin gekleurde dikke syroop, reageerde flauw zuur en verloor inden exsiccator omstreeks 19 pet. water, waarna zij tot eene doorzichtige, amorphe massa was uitgedroogd. De reactiën met sterk zwavelzuur, onder verwarming en toevoeging van dichroomzuur kalium, alsmede die met looizuur en platinachloride, zooals die door Petit en Prof. Gerrard zijn opgegeven, vond ik bevestigd, alleen met die exceptie, dat ook hier wel degelijk even als bij de atropine, gelijk te verwachten was, reductie van het chroomznur plaats vond. Deze reactiën hebben intnsschen slechts dan eenige waarde, als men met de zuivere alkaloïden of met vrij geconcentreerde oplossingen te doen heeft. Door geconcentreerd salpeterzuur, dooreen mengsel van dit en sterk zwavelzuur, door rookend salpeterzuur werden evenmin als door ijzerchloride karakteristieke reactiën met de sulfaten der duboïsine en atropine verkregen. Oplossingen van llm der beide zouten verhielden zich tot reagentia aldus: DUBOÏSINE. ATROPINE.

iodetum kalico-hydrargyr. acid.pJiospho-molyldicum. iodet. kalico-bismuthic. iodet. kalico-cadmicum. phosphor-antimoonzuur. metavjolfraamzuur. iodium in kaliumiodide. chloorwater. looizuur. pikrinezuur. ■platinachloride, goudchloride. bromium in hroomwaier stof zuur.

Overvloedig wit geelachtig praecipitaat; na 24 uur bijna geheel verdwenen. Overvloedig geelachtig praecipitaat; na 24 uur blauwachtig door reductie. Overvloedig oranjegeel praec.; sterker dan in de atrop. oplossing, bij verwarming grootendeels opgelost. Overvloedig wit praec.; na 24 uren harsachtig. Overvloedig wit praec,, dat na lang staan in een gelei overging. Overvloedig wit praec.; niet duidelijk kristallijn, werd bij verwarming opgelost en kwam bij bekoeling weder te voorschijn. Overvloedig bruin rood praec.; na 24 uren bijna geheel verdwenen; door nieuwe toevoeging ontstond het weder en werd na verloop van tijd gedeeltelijk kristallijn. Elauwe opalisatie; na 24 uren flauw witte troebeling, doch sterker dan inde atrop. Flauwe opalisatie; eerst na 24 uren zeer geringe witte troebeling. Geel praecip., dat zich onder den microscoop als eene groengele amorphe massa voordeed, die langzamerhand kristallijn werd, na verloop van een paar uren hadden zich eigenaardige rosetvormige lichaampjes aan de wanden van het buisje afgescheiden. NB. (’/300 gaf aanvankelijk niets, doch na 24 uur een praecip., dat zich onder den microscoop kristallijn voordeed; Viooo geen reactie.) Geen praecipitaat. Overvloedig geel praec.; kristallijn na 24 uren. Het vertoonde onder den microscoop een zeer schoon uiterlijk, nl. scherp toegespitse naalden, die aan de zijden zaagvormig waren ingesneden; bij verwarming werd het grootendeels opgelost. NB. (V gaf nog een vrij aanzienlijk praecip. als boven; Viooo nog een gering kristallijn praec, na 24 uren, nit stervormig gegroepeerde naaldjes bestaande (blijkens microscopische beschouwing.) . Overvloedig oranjerood amorph. praec., dat langzamerhand kristallijn werd. NB. (Viooo gaf nog een vrij sterk amorph geel praec).

Overvloedig wit praecipitaat; na 24 uren ver-* toonde dit bij microscopische beschouwing een kristallijn uiterlijk. Dito als de duboïsine. ,/ „ // // doch minder sterk; het praec. bij verwarming nog heter oplosbaar. Dito als de duboïsine. // // // // n ii u n doch overvloediger. u nu -ff doch na verloop van tijd hadden zich donkerbruin zwarte kristallen afgescheiden. Dito als de duboïsine, doch zwakker. // // // // Geel kristallijn praec. De kristallen waren macroscopisch en vormden schoone rhombische plaatjes. NB. (Vsoo leverde, bij gebruik vaneen overvloed van het reactief, na eenigen tijd, onder wrijving met een glasstaafje, schoone, geel gekleurde kristalnaalden; ll 1000 geeu reactie, doch als de solutie van Vsoo verdund werd met een gelijk volume der verzadigde pikrinezuuroplossing, waardoor derhalve feitelijk verdunning tot Viooo plaats vond, werden kristalletjes afgescheiden.) Geen praecipitaat. Overvloedig geel praec.; dat aanvankelijk amorph, zich later onder het microscoop voordeed als eigenaardige dunne, kristallijne plaatjes. NB. ('Voogaf nog eenige reactie bij gebruik van groeten overvloed; Viooo geen reactie.) Overvloedig oranjerood kristallijn praec.; bestaande uit gekruiste en stervormig gegroepeerde naaldjes. Het praecipitaat vermindert spoedig en kan geheel verdwijnen om, na nieuwe toevoeging van het reactief, op nieuw te verschijnen. NB. (Viooo gaf een vrij sterk kristallijn praec., uit gekromde twee- en meer-gaffelig gegroepeerde of gekruiste naalden bestaande; Vsooo nog sporen van reactie; Viooo nog duidelijk een gering praec. 10 Mgrm. dezer oplossing Vwo Mgrm. lasooo grein deed op het ohjectglaasje nog duidelijk kristallén ontstaan, die zich hier en daar als gekruiste naaldjes voordeden.

Bij verwarming der oplossing van Vwo sulfas dnboïsini met chroomtrioxyde of met molybdeenzuur ammonia en zwavelzuur ineen porselein schaaltje kon geen karakteristieke reuk worden waargenomen (zie boven); wel ontstond in ’t laatste geval eene schoone blauwe kleur even als dit, onder gelijke omstandigheden, met andere alkaloïden het geval is. De meest gevoelige en karakteristieke reactie voor duboïsine is die met chloorgoud, en voor atropine die met pikrinezuur, doch vooral die met de oplossing van broom in broomwaterstof. Door deze laatste reactie was ik in staat gesteld om in 65 Milligr. Extr. belladonnae spir. alsmede in één bes duidelijk atropine aan te toonen door de afscheiding vaneen menigte kristalletjes van den eigenaardiger! vorm (naaldjes, waarvan sommige gekruist); doch het kristallijn praecipitaat met pikrinezuur kon ik niet te voorschijn roepen. De vraag doet zich echter voor, of de atropine van den handel wel een zuiver alkaloïd is. Terwijl men vroeger het bestaan aannam van atropine en daturine als twee afzonderlijke alkaloïden en ze later als identisch beschouwde, zijn er inden laatsten tijd weder stemmen opgegaan tot handhaving der eerstbedoelde meeuing en schrijft men het verschil in werking der atropine van den handel toe, aan het bijgemengd zijn van verschillende hoeveelheden daturine. Ik zal trachten deze quaestie, zoo mogelijk, tot klaarheid te brengen, en kan reeds nu mededeelen, dat vergelijkend onderzoek van Duitsche en Engelsche atropine met goudchloride, pikrinezuur en broom-oplossing tot geen verschil, maar wel tot volkomen identiteit heeft geleid. Later hoop ik terug te komen op de samenstelling der praecipaten en de verschillende omstandigheden, waaronder zij ontstaan, zoo mede op het gebruik dat van bovenstaande reacties te maken is bij de gerechtelijke opsporing van atropine als ook van duboïsine, en op de verschillen, die beide met daturine en hyoscyamine aanbieden. Leiden, 23 September 1878. E. A. Vander Burg. Openlijke correspondentie. Allen, die bekend zijn in het Chemisch Laboratorium te Amsterdam, en vooral zij, die aldaar nu of vroeger praktische pharmacie beoefenden, zullen met weemoed de mare vernomen hebben van den dood des edelen en talentvollen jongen mans, die inden waren zin des woords als adsistent werkzaam was, den heer L ib osan. Opgeleid te Delft en in het bezit van het diploma van technoloog, was hij door zijne veelzijdige kennis en praktische bekwaamheid in het. Chemisch Laboratorium de rechte man op de rechte plaats en met zijne hulpvaardigheid allen ten nutte, die met hem in aanraking kwamen. Ook de hoogleeraar, onder wien hij werkzaam was, zal zijn gemis diep gevoelen. Reeds in het voorjaar toen hij ons nog bij een chemisch onderzoek belangrijke diensten verleende, openbaarde zich de kwaal, die hem op zoo jeugdigen leeftijd aan betrekkingen en vrienden ontrukte en ten grave sleepte. K. S. te A. Aan de leerlingen oude wet wordt bij de overgangsbepaling van art. 34 even goed vergund //hunne vroegere diensten inde apotheken te blijven //bewijzen” als aan de bedienden oude wet. Welke die diensten zijn? Men werd bij eene geneeskundige commissie als leerling ingeschreven en klom volgens usance na 3 of 4 jaren tot bediende op, in sommige plaatsen na het afleggen vaneen licht examen voor de geneeskundige commissie, inde meeste gevallen als stilzwijgende conditie. Leerlingen en bedienden waren aan dezelfde voorwaarden onderworpen, behalve het geldelijke, de leerlingen betaalden inden regel leergeld, de bedienden ontvingen salaris. De apotheker bleef de eenige verantwoordelijke persoon; aan hem was het geheel overgelaten de diensten te bepalen, waartoe hij leerlingen of bedienden geschikt of bekwaam rekende. Deze toestand nu is bestendigd en dus geldt het recht om werkzaam te zijn in eene apotheek even goed voor den leerling oude wet, als voor den bediende oude wet. Daardoor vervalt, onzes inziens, dan ook de beteekenis der vraag of bedoelde persoon als leerling of als bediende ingeschreven was; de nieuwe wet vigeert reeds 13 jaren; na zooveel jaren werkzaam zijn is dus zeker de leerling oude wet door het gebruik tot bediende oude wet gepromoveerd. Nu, naar wij inde dagbladen lezen, bet ontwerp tot bet verkrijgen der bevoegdheden spoediger bij de Tweede Kamer in behandeling zal komen dan wij verwacht hadden, en er dus onzerzijds geen tijd tot bandelen overblijft, nemen wijde vrijheid onze lezers nogmaals te herinneren aan N°. 11 en 12, om de aldaar besproken punten zoo mogelijk onder de aandacht te brengen van met hen bekende deskundige kamerleden.

Sluiten