is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat die rechtsmacht o. a. wordt geregeld door het in 18 I 4 bij Souverein besluit vastgestelde en nog steeds in Nederland en derzelfs koloniën onbetwist vigeereude Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te Lande;

O. dat dat Wetboek, luidens zijn 1ste artikel, betreft alle personen tot dat krijgsvolk behoorende en in art. 2 o. a. daartoe brengt allen die in de formatie der onderscheidene korpsen der armee zijn begrepen;

O. dat het Gouvernements besluit dd. 11 Juli 1882 no. 28 (Staatsblad no. 192) tot weder oprichting der lijfwachten dragonders in Soerakarta en Djokdjokarta, spreekt van twee ieder op zich zelf staande detachementen lijfwachten dragonders en ze stelt onder militaire officieren als kommandanten, zij het dan ook onder toezicht van het civiel bestuur;

O. dat het bij Gouvernements besluit dd. 9 September d. a. v. no. 33 gearresteerde Reglement voor de lijfwachten dragonders van den Soesoehoenan van Soerakarta en den Sultan van Djokdjokarta o. a, bevat de navolgende bepalingen:

art. 5 alinea 3 : De aanvulling der lijfwachten zal zoo noodig geschieden door overplaatsing van geschikte en daartoe genegen onderofficieren en minderen van het regiment cavalerie van het leger, terwijl ook omgekeerd in het belang van den dienst manschappen van de lijfwachten bij het leger kunnen worden overgeplaatst;

art. 8 : De bepalingen betreffende aanspraak op pensioen en de overige personeele bepalingen bij het leger van kracht gelden ook voor de officieren en minderen der lijfwachten;

O. dat uit die bepalingen ten duidelijkste blijkt, dat de gemelde lijfwachten feitelijk deel uitmaken van de legerformatie, ook wat betreft de niet uit het leger afkomstige personen, die als recruten bij die detachementen hebben dienst genomen;

O. dat die lijfwachten alzoo behooren tot het krijgsvolk te lande, bedoeld in artt. 1 en 2 van het Crimineel Wetboek vd.;

O. dat dus op de tot gemelde lijfwachten behoorende personen het Crimineel Wetboek vd. in zijn geheel toepasselijk is, zooals ten overvloede bij art. 48 van bovengenoemd Reglement uitdrukkelijk wordt bepaald;