is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1895, 01-01-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat de Procureur-Generaal het beroep in v cassatie nietontvankelijk acht en zich mitsdien van eene beoordeeling der in de memorie vervatte middelen van cassatie onthoudt op grond, dat bij de mondelings voordracht der vordering door de eischers niet is opgegeven, hoeveel de waarde der door hen gevorderde sawahs bedroeg en daarvan ook niet ten processe is gebleken, zoodat niet vaststaat, dat de Rapat in deze heeft rechtgesproken in het eerste en tevens hoogste ressort;

O. dat artikel 20 ten lo van het Sumatra Reglement hooger beroep aan den Raad van Justitie toelaat in alle burgerlijke vorderingen ingesteld tegen eigenlijk gezegde Inlanders, wanneer de vordering loopt over eene som of waarde van meer dan f 500.— en juist omdat hiervan, wat de onderwerpelijke vordering betreft, niet is gebleken, volgens 's Hofs oordeel in deze het beroep in cassatie behoort te worden ontvangen, waartegen niet olfstecrt, dat de vordering, zooals de requirant nog aan het slot zijner memorie als derde middel aanvoert, ook zelfs niet blijkt eene waarde van meer dan f 50.— te beloopen en dus wellicht tot de bevoegdheid van het districtsgerecht behoorde, omdat dit niet wegneemt dat het vonnis, waarvan in casu cassatie is aangeteekend, zoo dan wellicht ten onrechte, in elk geval blijkbaar in het eerste ressort is gewezen;

O. dat evenwel, alvorens het ontvankelijk geachte beroep in cassatie te kunnen behandelen, alsnog liet gevoelen van den Procureur-Generaal zal moeten worden ingenomen omtrent dit laatste middel en de beide andere in do memorie te berde gebracht, zoodat te dien einde de stukken in deze andermaal ten fine van conclusie in handen van dien rechterlijken hoofdambtenaar moeten worden gesteld;

Gelet op artikel 432 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Verklaart het beroep in cassatie ontvankelijk.

Stelt de stukken op nieuw in handen van den ProcureurGeneraal tot het nemen van schriftelijke conclusie, naar aanleiding van de door requirant gestelde middelen van cassatie.