is toegevoegd aan je favorieten.

Dietbrand; maandschrift, jrg 6, 1939, no 2, 01-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangeduid met volksgemeenschappen, cultureele volksgemeenschappen, taalgebieden en taalgroepen ! Wat wij onder cultuurgemeenschap hier te verstaan hebben, wordt als volgt verduidelijkt : « De term is nieuw. Hij geeft een bijbeteekenis aan vrij oude begrippen, die echter een nieuwe psychologische waarde hebben verkregen. Hij omschrijft de gehechtheid, met al de vezelen van het hart, aan een cultureele groepeering. Hij legt minder den nadruk op de politieke en stoffelijke elementen dan op de factoren taal en cultuur. Hij is de uitdrukking van een zeer edele en zeer eerbiedwaardige werkelijkheid. De gemeenschap is een wezenheid, die waarachtige rechten heeft. » Dit begrip van de cultuurgemeenschap is een begrip uit de liberale negentiende eeuw, hetwelk bij voorkeur door vreemdelingen —> men denke aan de Joden — werd gehanteerd, en waarin een factor van beperking, van ontkenning ligt. De hoogere werkelijkheid van het volk, waarvan de taal en de cultuur slechts uitingen of uitdrukkingen zijn, wordt verdoezeld, en aan iederen enkeling, aan iederen staatsburger wordt de vrijheid gelaten> zich te beschouwen als behoorende tot een van de twee cultuurgemeenschappen. In naam van deze « vrijheid », die tegennatuurlijke willekeur is, hebben duizenden Nederlanders de Fransche « cultuurgemeenschap » gekozen.

Het begrip van de « cultuurgemeenschap » is volledig onbruikbaar bij het zoeken naar een oplossing van het nationale vraagstuk in België, omdat het de werkelijkheden en den omvang van dit probleem niet « aan » kan. In België leven verschillende Nederlandsche volksdeelen, die in den loop der eeuwen bestendig aan grondgebied en aan volkskracht groote verliezen hebben geleden. De Nederlandsche volksgrens loopt veel verder dan de zg. taalgrens, en een heel stuk van wat thans tot Wallonië — een even onjuiste en verwarrende benaming als Vlaanderen en Frankrijk gerekend wordt, behoort ontegensprekelijk aan Nederland. Niet op de bescherming van een « Vlaamsche cultuurgemeenschap » is het streven van de nationale beweging gericht, maar op de nationale bewustmaking en krachtontplooiing van de verschillende Nederlandsche volksdeelen, die éénmaal zullen terugnemen wat hun werd ontnomen. Zelfs wanneer men het nationale vraagstuk van kleinvlaamsch standpunt zou bezien, zooals dit door « Nieuw-Vlaanderen », door de Kath. VI. Volkspartij., het V.N.V. en andere groepeeringen wordt gedaan, kan men met het begrip der « cultuurgemeenschap » niets aanvangen. Er kan met dit begrip in de Belgische politiek niet gewerkt worden.

Het tweede « grondbeginsel » luidt : er bestaat een Belqische natie.

In zijn voordracht te Sint-Niklaas gaf Graaf de Lichtervelde de volgende bepaling van natie : « Een spontane of toevallige