is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 6, 01-06-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervaardigen, plaats hebben, enz.: Dr. B. keurt ze goed, wil echter de speciale woorden (pars pro toto) breien, spinnen, gepleegd of behaald worden, enz. wel gebruikt zien , als de schrijver ze op dat oogenblik voelt en sterkt.

Prof. C. C. Uhlenbeck , Aanteekeningen bij Vercouillie's Woordenboek. „Een veelomvattend boek, getuigende van ijver en belezenheid , maar door een onnoemelijk aantal fouten ontsierd en bijna onbruikbaar gemaakt." „Wie van dit woordenboek eenig nut wil hebben , heeft de onaangename taak van alles te moeten verifieeren." De volgende woorden zijn bv. niet bevredigend of onvolledig verklaard : aafsch, aal 2, aap, ahorn, amber, anjer, ansjovis, beek, bergen, bidden, bruid, delgen, den, dienen, duizend, spel, jlesch, haas, hoofd, kabeljauw, lang, rogge, schorremorrie, speen, spuwen, weergeld, wolk, enz. enz. De schrijver van het Wdb. verwart de gutteraalrijen, kent geen talen genoeg, is veel te afhankelijk van Bugge.

Boekaankondiging. Mr. J. N. van Hall, Dichters van dezen Tijd. Derde druk. Aan het slot zijner zeer lezenswaardige bespreking zegt de schrijver, W. Gr. Hondius v. d. Broek: „Zoo het boekje oordeelkundiger ware saamgesteld , het onechte er uit geweerd om plaats te maken voor een uitgebreidere keuze uit het goede, en er naar eenige verhouding tusschen de belangrijkheid der dichters en het aantal van hen opgenomen verzen ware gestreefd , dan zou er de ontwikkeling der !Nederlandsche poezie van 't laatste kwart dezer eeuw in kort bestek in te volgen zijn." Als bewijzen van onechte poëzie worden aangehaald verzen van Yan Loghem , Van Nouhuys, Couperus , ook sommige van Marie Boddaert, Edw. B. Koster, Pol de Mont. „Bij het gebruik van dit boekske moet de grootste behoedzaamheid aanbevolen worden."

Lijst van verschenen boeken. Inhoud van Tijdschriften.

Taal en Letteren IX, 7.

Dr. R. C. Boer, Hendrik Ibsen. (Yervolg). Sedert 1869 worden hem grootere honoraria geschonken. Dat jaar en het volgende is hij in Zweden, Denemarken, Dresden, München. In de laatste plaatsen blijft hij langeren tijd, keert later naar zijn vaderland terug. In den oorlog van 1870 stelt hij belang, maar heeft geen sympathie voor den overwinnaar, die door berekening en getal de zege behaalde. Zijn nieuwe idealen zijn waarheid en vrijheid. In de maatschappij en in het huwelijk. Nora, Spoken, Een vijand

m