is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 609-610, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerder moet worden gedaan tot steuning der grondorganisatie, dan der kruisorganisatie. Dit kan ook beter, omdat de boeren deze grondorganisatie inde loop der laatste dertig jaren hebben leeren kennen en waardeeren.

De Staat zou kunnen beginnen met aan de kruisorganisaties een beginsel van bestaan te geven door het aanstellen van bepaalde hoofdconsulenten voor bepaalde gewassen inden landbouw, rassen of fokwijzen inden veeteelt of vruchten inden ooftbouw. Tot taak dezer hoofdconsulenten zou b.v. kunnen behooren, de gewone consulenten op verzoek voor te lichten in bepaalde belangrijke economische gevallen. Verder, contact te bewerkstelligen tusschen producent en verwerker of consument, met uiteindelijk doel verbetering van het gewas. Zulks echter steeds in hoofdzaak op economisch gebied en in nauw contact met de regeering in hoogste instantie, terwijl de hoogere wetenschappelijke belangen en vraagstukken behooren te blijven waar zij thans zijn, t.w. in handen van de laboratoria der Universiteit(en). Prof. Broekema dankt de sprekers voor hunne belangrijke opmerkingen, die hem, tezamen genomen, den indruk geven, dat wij op den duur wel tot overeenstemming zullen komen. Hij begint met zijn verontschuldiging aan te bieden, dat hij geen praeadvies heeft ingeleverd, de tijd heeft hem daartoe ontbroken. Aangezien het niet de eerste keer is, dat spreker zijne denkbeelden verkondigt, kan hij toch moeilijk aannemen, dat ze als „surprise” hebben gewerkt. Spreker dankt inde eerste plaats Prof. de Vries voor het door hem geschetste beeld van het huis van den Arabier. Dit is n.l. juist het beeld dat de tegenwoordige organisatie van het landbouwkundig onderzoek vertoont. Alles is naast elkaar opgetrokken, een laboratorium voor dit, een ambtenaar voor dat, het eene gebouw is laag gebleven en het andere is inde hoogte gegaan, vaneen collectief dak is wel geen sprake, maar wat erger is: er zijn geen dwarsgangen gemaakt, die het verkeer tusschen al deze op onderwerpen gespecialiseerde afdeelingen vergemakkelijken, en juist daarin wil spreker verbetering brengen zonder het reeds bestaande af te breken. Zonder twijfel is spreker het met Prof. de Vries eens, dat er op den duur een goede overkapping moet komen, maar hij heeft er zich met opzet van onthouden deze te schetsen, omdat hij niet op den eindtoestand wil vooruitloopen. Want deze moet niet vooraf duidelijk geprojecteerd worden, maar gaandeweg groeien, zooals de omstandigheden dat vereischen. Spreker wil tot ontwikkeling brengen de geest van samenhoorigheid bij het onderzoek, die in het bestaande separatistische stelsel geen bewegingsvrijheid vond. Wanneer wij allen van dien geest doordrongen zijn, komt de overkapping vanzelf, en wij zullen er allemaal bij zijn om toe te zien, dat ze past. Wanneer Prof. de Vries lof heeft voor het NaCoVo-werk, dat ook planloos en dakloos is, maar uitsluitend baseert op geestverwantschap, twijfelt spr. niet of Prof. de Vries zal met vertrouwen meewerken om inde gedachte lijn mede te bouwen aan een organisatie, die beter in het huidig tijdsgewricht past. Met de opmerking van Dr, Ossewaarde moet natuurlijk ernstig worden gerekend. In Indië is het correctief inde regeeringszorg gevonden. Spr. stelt zich voor, dat de steunpilaar van wat hij wenscht, zal zitten in het bewustzijn, dat het onderzoek zichzelf

188