is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer Nishimura eenige keeren had gesproken en hij met geen woord over deze soort had gerept. Ik heb toen mijn reis uitgesteld om hiervan meer te weten te komen en bij onderzoek bleek, dat er over gesproken was van hoe groot belang het zou zijn, indien men een dergelijken aardappel zou kunnen vinden. Van deze wenschelijkheid had de journalist maar werkelijkheid gemaakt. Ondertusschen had ik mijn reisplan moeten veranderen, terwijl dit loos alarm mij later ook nog een beetje tijdverlies veroorzaakte. Eenige weken later vond ik bij mijn aankomst te Buenos Aires twee brieven van Nederlandsche exporteurs, waarin mij nadere inlichtingen werden gevraagd over deze „nieuwe” aardappelsoort. Het interessante van deze brieven was voor mij, dat er uit bleek, dat de particuliere voorlichtingsdienst van de Nederlandsche exporteurs wel zeer snel had gewerkt. Schriftelijke gegevens werden meestal zeer langzaam of. te, laat verstrekt en een uitnoodiging voor een diner schijnt een goed middel om het tempo te versnellen. In alle landen was het moeilijk onpartijdige deskundige gegevens te verzamelen. Dikwijls was het noodig een en ander nader te controleeren en meer dan eens is de gedachte bij mij opgekomen, dat het nuttig en prettig zou zijn geweest, wanneer men met een reisgenoot de indrukken en mededeelingen, die men op een bepaalden dag had opgedaan, rustig had kunnen bespreken. Wanneer men bedenkt, dat in Nederland den vreemdeling verschillende gegevens vaak in zijn eigen taal persklaar mee naar huis worden gegeven, groeit de waardeering voor de organisatie en voorlichting in eigen land en bespeurt men tevens, hoe in Zuid-Amerikaansche streken nog veel moet worden opgebouwd. Indien een buitenlander om gegevens te verzamelen over de aardappelcultuur in Noord-Holland zijn schreden zou richten naar een kantoor, gelegen in het Centraal Station te Amsterdam, zouden wij hem met verbazing gadeslaan. Toch moest ik in Argentinië een soortgelijken weg bewandelen. De Zuider Spoorweg, die groote belangen heeft bij het transport van aardappelen, heeft verreweg de uitgebreidste en best aangelegde aardappelproefvelden van geheel Argentinië. In Buenos Aires heb ik een paar dagen tevergeefs getracht een meneer X. te vinden. Deze man was het hoofd van de certificaten en van de proefnemingen met aardappel rassen. Doordat er juist regeeringswisseling was, bleek het zeer moeilijk toegang te verkrijgen tot de ministeries. Later ontmoette ik op een geheel andere plaats toevallig den langgezochten meneer X,, doch toen inde gedaante vaneen pootgoedimporteur. Zijn politieke overtuiging werd door de nieuwe regeering blijkbaar een bezwaar geacht om in staatsbetrekking zijn kennis dienstbaar te maken aan de algemeene belangen van het land. In Nederland zou men vreemd opkijken, indien het Hoofd van den Plantenziektenkundigen Dienst of de directeur vaneen proefstation zich plotseling zou ontpoppen als pootgoedimporteur, omdat er een nieuw ministerie was gevormd. Men zal inzien, dat hierdoor niet alleen een vaste lijn ontbreekt, doch dat dergelijke ambtenaren zich op de een of andere wijze trachten te dekken voor de toekomst en daarbij worden wel eens wegen ingeslagen, welke naar onze begrippen niet door den

954