is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 24, 13-06-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een uitvloeisel van deze .bepalingen is echtei', dat de certificaten herdrukt zullen moeten worden.

Minder aangenaam is, dat de invoer van alle coniferen met 5 naalden uit Europa of Azië afkomstig, verboden is (Quarantine No. 7, May 21, 1918).

Vroeger gold dit invoerverbod slechts een viertal soorten, doch nu zal daaronder bijv. ook vallen Pinus parviflora glauca, waarvan in onze kweekerij en nogal voorraad is.

Er wordt intusschen ernstig overwogen inspecteurs uit te zenden, die verschillende boomkweekors-centra in Europa zullen bezoeken. De aandacht der bevoegde autoriteiten werd er reeds op gevestigd, dat de voorraden van Pinus Stvobus in Nederlandsche kweekerijen werden opgeruimd en dat verschillende centra van boomkweekerij eene zeer geïsoleerde ligging hebben, zoodat men bij invoer uit ons land geen vrees voor besmetting behoeft te koesteren, terwijl de Nederlandsche Phytopathologische Dienst op uitstekende wijze is ingericht en zijne inspecties op hoogst nauwkeurige wijze verricht, iets, waarvan men trouwens in Amerika wel reeds overtuigd is. Hopen wij, dat de Amerikaansche Bhytopathologische Dienst, binnen afzienbaren tijd, termen mogen vinden om voor onze boomkweekerij en gunstiger bepalingen uit te lokken.

’s-Gr. 11 Juni 1912.

Hoe wordt men kweeker in Boskoop.

(Slot.)

Na den leertijd, hier en elders, doorgemaakt te hebben, wordt het dus tijd om voor eigen rekening te gaan werken, en staan hiervoor verschillende wegen open. Het is echter voor iedereen niet weggelegd, dit te kunnen doen.

Vroeger was het reizen alleen het werk van den patroon. In de laatste jaren, nu verscheidene zaken veel grooteren omvang hebben geki'egen, is hier verandering in gekomen. Vele firma’s hebben tegenwoordig reizigers die tegen procenten werken. Voor jongelui zonder kapitaal, die aanleg en lust voor den handel hebben, geeft dit een goed burgerbestaan.

Een tweede manier is, om de helft van eene bestaande kweekerij over te nemen en aldus als compagnon een handelszaak te beginnen, waarvoor de gelegenheid zich nog al eens voordoet, hetzij door overlijden, hetzij door uittreding van een der vennooten uit een bestaande vennootschap, hetzij dat iemand uitbreiding aan zijn zaken wenscht te geven of dat een kweeker, die zich tot op dat oogenblik alleen op kweeken heeft toegelegd, een handelszaak wenscht te beginnen.

Het benoodigde kapitaal hiervoor hangt natuurlijk af van de grootte der kweekerij en zal veelal varieeren tusschen tien en twintig mille.

Intreding in een te groote zaak acht ik niet raadzaam voor een pas beginnende, daar hij dan meestal voor eene te zware taak komt te staan. Een kleine goede zaak is te verkiezen, welke dan voor gezamelijke rekening uitgebreid kan worden. In vele dezer gevallen zal de handel hoofd zakelijk voor rekening van den nieuw toegetreden

vennoot komen, terwijl de andere zich meer speciaal aan de kweekerij zal kunnen wijden.

Ten slotte komen wij dus tot hen, die geheel alleen hier een kweekerij gaan stichten, al moge de omstandigheden er door den tijd ook toe leiden, dat ze toch nog als compagnon gaan werken, wat tegenover geheel alleen een zaak te drijven, wel groote voordeelen heeft, voornamelijk omdat gedurende den reistijd altijd een der vennooten in de zaak kan zijn, en deze dus niet geheel aan het personeel behoeft overgelaten te worden.

Zij, die hier alleen gaan beginnen, zou ik naar het kapitaal waarover zij te beschikken hebben, willen verdeelen in twee groepen: 10. zij die b.v. over ongeveer 15 mille kunnen beschikken en 20. zij die ongeveer 80 mille kunnen besteden. Een manier, die tot heden nog niet veel wordt gevolgd door. hen, die wij onder de eerste groep zouden kunnen rangschikken en die zich meer speciaal tot den handel dan wel tot het kweeken voelen aangetrokken, is, om een gunstig gelegen stuk land te koopen van b.v. 500 roe, hierop een pakloods te bouwen en het overige land vol te planten met hoornen, die nog één of twee jaar moeten groeien om leverbaar te zijn en zich dan geheel op den handel toe te leggen. Te begrijpen is het, dat zoo iemand goed op de hoogte moet zijn van de waarde der verschillende artikelen, en van de hoeveelheid leverbare waar, die er in Boskoop is, welke artikelen ruim voorradig en welke schraal zijn, niet alleen met het oog op de aan te bieden en te verkoopen waar, maar ook om te weten, waarmee eigen land volgeplant moet worden. Een bezwaar tegen eene dergelijke zaak is evenwel, dat er niet altijd zoo gemakkelijk met sortimenten gewerkt kan worden, waardoor concurrenten, die deze wel hebben, een voorsprong krijgen.

Zij, die evenwel niet de noodige, vooral niet te onderschatten capaciteiten voor een dergelijke zaak hebben, zou ik nooit aanraden, het beschikbare kapitaal, door aankoop van een zoogenaamd gunstig gelegen stuk land, vast te. leggen.

Neen, wanneer het kapitaal niet toereikend is om een flink terrein van minstens 1500 a 2000 R.R. te koopen, (de gemiddelde prijs per R.R. bedraagt tegenwooi’dig ongeveer 14 gld.) dan liever een stuk land van die grootte voor den tijd van 8 of 10 jaren gehuurd.

In de onmiddellijke omgeving van het dorp, moge de gelegenheid hiervoor zich niet meer voordoen, maar iets verder naar buiten is tegen ongeveer 60 cent per roe genoeg land te huren.

Het groote voordeel van dit huren is, dat het kapitaal vrij blijft en dit dus aangewend kan worden voor een zaak, die zoo spoedig mogelijk zal kunnen rendeeren.

Is het benoodigde kapitaal wel voorhanden, dan verdient koopen natuurlijk de voorkeur, door dat men dan geen gevaar loopt na eenigen tijd naar een ander land te moeten verhuizen en ook met het oog op te plaatsen gebouwen. Het geheele terrein reeds in het eerste jaar in cultuur te nemen, is om financieele redenen niet doenbaar en ook zou de zaak voor den pas beginnenden kweeker dan bijna niet te overzien zijn, zoodat een gedeelte weer als rozenland zou gebruikt en een ander gedeelte voor 4 of 6 jaren verhuurd zou moeten worden. Verdiensten zijn er