is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 32, 13-08-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

degenen die door een lid van een dezer organisaties voor het verrichten van land- dan wel tuinbouwwerkzaamheden in dienst zijn genomen zyn tegen bedrijfsongevallen verzekerd.

Of hun werkgever hun loon op de loonlijst heeft geplaatst doet niet ter zake Het feit alleen dat zij voor genoemde werkzaamheden in dienst zijn van een lid der Vereeniging geeft hun recht op schadeloosstelling na een ongeval en en zij kunnen de organisatie dwingen die te verleenen. Hieruit volgt natuurlijk dat de leden ook verplicht zijn om van alle arbeiders, voor land- of tuinbonwarbeid in dienst genomen, ook al het loon, hetzij gegeven in geld, hetzij verstrekt in anderen vorm: vrije woning kost, enz, op de loonlijst te vermelden.

Het loon is de maatstaf waarnaar het bedrag wordt bepaald dat een lid in de kosten moet bijdragen. Dit is billijk: want waar 5 arbeiders zijn, zal de kans dat een arbeider een ongeval krijgt ook 5 maal zoo groot zijn, als waar slechts 1 arbeider werkt; en aangezien de uitkeering die een getroffene krijgt een zeker deel van zijn loon bedraagt, zal de uitkeering aan iemand die fl6.— per week verdient, tweemaal zoo groot moeten zijn, als die aan een anderen getroffene, die in gelijke mate geschikt is tot arbeiden en die slechts f 8 per week ontvangt.

Daarom moet een lid dat in een jaar f1200. aan loon uitbetaalt, tweemaal zooveel in de kosten bijdragen als een ander lid dat f600. verloont.

Elk lid dat niet al de vergoedingen die hij zijn arbeiders geeft op de loonlijst vermeldt, tracht dus een gedeelte van de kosten die hij zou moeten betalen, te doen opbrengen door zijn medeleden. Immers aan het einde van een jaar wordt uitgerekend hoe hoog de kosten zijn en hoe groot het loon is door al de leden uitgegeven. Dan kan berekend worden hoe groot de kosten zijn per f 100.— loon en welk bedrag elk lid in de kosten moet bijdragen.

Zijn de kosten per f 100. – loon b. v. f 1.20, dan zal een aangeslotene die f300. loon uitgaf, ook 3 x f 1.20 in de kosten moeten betalen.

Zijn er nu leden die loon verzwijgen, dan zal het totaal loon te laag zijn, en de kosten per fIOO. – loon te hoog. lemand die zijn loon goed opgaf, zal door de verzwijging van loon door anderen, derhalve dan meer moeten betalen dan wanneer alle leden al het door hen uitgegeven loon op de loonlijst hadden vermeld.

Dat dit moet worden tegengegaan en dat een ieder moet betalen naar zijn volle loon is duidelijk. Het behoort tot de taak der Plaatselijke Commissies dit zooveel mogelijk te bevorderen; hiertoe dient de controle die zi.j op de loonlijsten moeten uitoefenen.

Wordt aan den eenen kant het loon soms te laag opgegeven, aan den anderen kant wordt het vaak zeer nauwkeurig berekend en wordt elke vergoeding een kan melk, een pond boter stipt in aanmerking genomen.

Dat gebeurt wanneer het op uitkeering aankomt en en het derhalve voor den getroffene van belang is de uitkeering wordt immers naar het loon berekend – het loon zoo hoog mogelijk op te geven. En het is zeer natuurlijk, dat een werkgever zijn arbeider graag een flinke

uitkeering ziet toegekend en dus bij de opgave der vergoedingen niets vergeet.

Maar dat hij dan toch ook, wanneer het op betalen aankomt, begrijpe dat het recht en billijk is, dat hij dat doet over al de door hem verstrekte vergoedingen. Het is zoo zonderling, maar toch zoo vaak geconstateerd, dat demenschen die eerlijk willen heeten, meenen, wanneer het belastingen en dergelijke uitgaven betreft, niet geheel juiste opgaven te mogen verstrekken.

Wij meenen met het bovenstaande voldoende te hebben aangetoond dat het niet opgeven van al zijn loon oneerlijkia.

Onzen secretarissen verzoeken wij om na te gaan of de loonen, waarnaar uitkeeringen zijn verleend, en die op de registerstaten behooren te worden aangeteekend, ook inderdaad op de loonlijsten ten volle worden vermeld.

Ten slotte willen wij nog zeggen dat geen enkel lid, dat weet steeds juiste loonopgaven te hebben verstrekt, behoeft te denken dat het bovenstaande voor hem is geschreven.

Tentoonstellingen en Keuringen.

Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde.

Groote Keuring te ’s-Gravenhage.

Zooals reeds is bericht, kan, zeer tot leedwezen van de afdeeling Leiden en van de vaste Keurings-Commissie, de groote keuring te Leiden, waarvoor zoo flink en met zoo’n groot succes gewerkt is, ook dit jaar niet doorgaan, wegens het bezet houden door militairen van de Stadsgehoorzaal. (Die keuring zal nu hopelijk volgend jaar aldaar plaats vinden.) Daarom is het voor het bestuur der Vaste Keurings-Commissie een reden tot groote voldoening, dat door de krachtige medewerking der afdeeling ’s-Gravenhaagsche Tuinbouwvereeniging toch ook in dit jaai' nog een groote keuring kan gehouden worden, en wel op 10, 11 en 12 September e.k. in het groote gebouw van den Dierentuin te ’s-Gravenhage, hetwelk door de afdeeling voor deze onderneming is afgehuurd. Genoemde afdeeling stelt daarenboven een som van f 350.— beschikbaar voor inzendingen, welk bedrag allicht nog zal worden aangevuld door hen, die in deze keuring en het doel daarvan belang stellen.

Moge deze kranige houding der ’s-Gravenhaagsche Tuinbouwvereeniging door onze tuinbouwers op prijs worden gesteld en beantwoord worden met flinke inzendingen, opdat ook in deze dagen een beeld verkregen worde van den durf en het weerstandsvermogen van den Nederlandschen tuinbouw. De zuster-afdeelingen kunnen hierbij krachtig medewerken door hare leden tot inzenden of financieelen steun op te wekken. Wanneer ieder het zijne doet, zal deze groote keuring ongetwijfeld schitterend slagen, wat niet anders dan onzen tuinbouw en onzen kweekers ten goede zal komen.

leder, die wat voor deze groote keuring wenschtafte dragen, wordt verzocht zich te wenden tot den HeerJ. H. Kauffmann, Secretaris der Vaste Keurings-Commissie, Ceintuurbaan 390, Amsterdam, of tot den Voorzitter der afd. ’s-Gravenhaagsche Tuinbouwvereeniging, den Heer