is toegevoegd aan je favorieten.

Utrechtsche studenten almanak voor ..., 1861, 1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb ik pleizier van gehad. Heere beware me! (ik vloek anders nooit) verbeeld je een massa menschen bij elkaar komende , om zich moet ik ’t ware woord noemen ? – te vervelen. Maar er werd gewerkt! met de pen niet, hoor je ! want wie nam men aan? getapte lui in een «rerügezelschap! ! Ge kent de ijverige studie dier wezens. .. gelijk aan nul. En wie was praeses ? Een doordrijver, alles behalve van gezien. Natuurlyk kwam het tot een botsing. Het gezelschap sjeesde , want de getapte lui sjeesden en werkers waren er genoech te krijgen maar men wilde er niet enkel werkers in hebben omdat iiehetplebs academicorum uitmaakten. Dit is ’t lot van alle chique werkgezelschappen ze verdwijnen door den nijd der naburen en de disharmonie der leden de academie telt geen werkers onder de chique want ze is gelijk aan onze sociëteit om 3 uren met een onbezetten lees- en een vollen billardzaal.

»Want ze is gelijk,» vervolgde ’t literatortjen, »aan een editie van Minellius, veel noten, schralen text. »

-Want ze is gelijk,» repliceerde de theologant, »om den jurist aan te moedigen, » aan een arke Noachs, weinig hersens , veel vee. »

i, Want ze is gelijk ,» zei de medicus om ook zijn duit in ’t zakjen te werpen, ,/ aan een waterhoofd, pover van geest.»

»Of ze is gelijk , » hernam Spreker , nijdig met zijn stoel schuivende , » aan dit personeel, die alle haantjen