Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem in 1609, 1617 en 1623 tot hun prior. Ook te Leuven bekleedde hij eenmaal die waardigheid. In 1610 ontmoeten wij hem te Castricum, om aalmoezen voor zijn klooster in te zamelen, waarschijnlijk ook om er de priesterlijke bediening uit te oefenen.

Bijzonder in die dagen der verdrukking was het pastoraat een hoogst verdienstelijk ambt, maar ook een zware last. Slechts in kleinen getale moesten de geloovigen nu en dan samenkomen, om de aandacht der verspieders niet te wekken. Uren ver, vaak langs ongebaande wegen, moest de herder zich begeven, om zieken of stervenden heimelijk te bezoeken. Doch in deze bediening werd hij trouw door zijn ordebroeders bijgestaan.

In 1635 kwam P. Augustinus Leerse te Tiel. Te Dordrecht in 1599 geboren, trad deze in 1619 in het Dominicaner-klooster te ’s-Hertogenbosch. Na de inneming der stad door Frederik Hendrik, bleef hij met toestemming der geestelijke overheid tersluiks in de stad achter, om in vereeniging met andere regulieren en seculieren den storm het hoofd te bieden, die bij den intocht der predikanten tegen al wat Roomsch was, losbarstte. Vijf jaar sterkte hij de Bossche Katholieken in de bittere verdrukking en trok vervolgens naar het land van Heusden, waar het Protestantisme zich met geweld zocht te vestigen. Na een moeizaam apostolaat van één jaar, werd hij in 1635 door de soldaten, die het platteland afliepen, overvallen en gevangen. Levenslange verbanning uit Den Bosch en de Meierij was zijn vonnis, maar de ijverige priester trotseerde de gevaren, trok door Maasen-Waal en wist zich binnen Tiel schuil te houden.

Nauwelijks was hij hier, in vereeniging met P.

Sluiten