Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

125

schweren Enttauschungen bekampfender Streiter und als ein Hochgebildeter war, das bleibt und das bestimmt uns, ihn Seite an Seite mit dem ihm in vielem wesensund artverwandten Brahms zu setzen.

Het aangehaalde vereischt misschien een paar opmerkingen. Draeseke, geboren te Coburg, werd van Thüringer niet dadelijk en voorgoed Dresdenaar. Hij studeerde te Leipzig, was na zijn academietijd zoowel daar en te Berlijn als te Dresden een poos gevestigd, sloot vriendschap met Hans von Bülow, bezocht af en toe Liszt in het Weimarsche hoofdkwartier der Neudeutschen, streed vurig voor hen in de Neue Zeitschrift en Brendel-Pohl's Anregungen en heette bij hen Der Recke. Daarop gaf hij tusschen 1864 en '74 les aan de muziekschool in Lausanne met een jaar pauze, waarin hij Frankrijk en Spanje, vervolgens Italië doorreisde, niet als virtuoos maar als toerist; en na nog in Genève te hebben gewoond kwam hij te Dresden in '76 en werd er in '84 Franz Wüllner's opvolger, compositieleeraar aan het conservatorium. Zijn lot van allengs verergerende doofheid droeg hij dapper als Beethoven, groote werken ondernemend en zeker niet verbitterd, jovialiteit met een waardige voornaamheid van zijn natuur en zijn uiterlijk vereenigend en zin voor goeden humor behoudend die hem dreef tot het schrijven van een vermakelijke berijm-: de harmonieleer. Trouwens, over'totaal ge. brek aan waardeering buiten zijn leerlingen- en vriendenkring had hij zeker niet te klagen. Zijn koning verleende hem den professorstitel, naderhand dien van Hofrat en weer later den blijkbaar hoogeren van Geheimer Hofrat (Konfusions-Hofrat noemden hem partijgangers van Richard Strauss, dien hij met een in 1907, zijn 73ste jaar, als artikel der Neue Musikzeitung verschenen, als brochure herdrukt en veelbesproken geschriftje Die Konfusion in der Musik had bestookt), en sedert 1902 was hij doctor honoris causa door be¬

sluit der universiteit van Berlijn. Die huldeblijken waren wat eenzijdig officieel, en hij zeide graag met Lessing:

Wer wird nicht einen Klopstock loben!

Doch wird ihn jeden lesen? Nein! —

Wir wollen weniger erhoben

Und fleissiger gelesen sein.

Maar dat uitvoeringen van zijn Christus-mysterium, een oratoriatetralogie voor vier avonden groote gebeurtenissen werden te Dresden en Berlijn en hem een eerejaarwedde van zijn stad bezorgden, was toch meer dan regeeringsdiploma's en een academische bul.

Het opstel waarmee hij zich een althans óók belangstelling toonend spotpraedicaat veroverde mag bij hem geen ouderdomsafkeer van het nieuwe doen vermoeden. Er is tegen Strauss genoeg oppositie gevoerd door niet-reactionairen die jonger waren dan hij. De Neudeutschen hadden 't hem veel vroeger al kwalijk genomen dat hij symphonieën schreef en geen symphonische gedichten (behalve dan ouvertures in eigenlijken zin, een feestvoorspel, een inleiding tot Das Leben ein Traum van Calderon en een tot Penthesileia van Kleist); misschien ergerde hij hen eveneens met een kamermuziekwerkenreeks. Maar hij behoefde daarmee niet het voorheen te huldigen: hij kon ook wel gelooven aan een toekomst waarin de symphonie zonder commentaar of de serenade (hij had er een gemaakt) voorkeur zou hebben boven de programmabehandeling in één stuk en het beperkt ensemble boven het weidsche. Verloochening der idealen van zijn jeugd, dikwijls als een feit genoemd, heeft hijzelf zeer stellig ontkend, en Riemann-Einstein's Lexicon zegt in den laatsten druk na 't vermelden der nadering tot den klassieken stijl, dat hij daarvan ten slotte toch weer ver afweek. Wat men bij hem voorstelt als een bekeering schijnt volkomen verklaarbaar uit het retrospectieve van den gevorderden leeftijd en uit een ook aan „het klimmen der jaren" eigene „versobe-

Sluiten