is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324

lot; daar wederom wier tegenzin in het onvermijdelijke van hun vertrek door geen voorspiegelingen van het schoone wat hen te wachten staat aan de andere zijde van den evenaar, te overwinnen is. Er zijn echter ook velen, die zich met het denkbeeld van naar Indië te gaan reeds van hun vroege jeugd af hebben bezig gehouden en met vreugde het oogenblik begroeten, waarop het gaan een beslist, door niets meer te veranderen feit is geworden. Maar wat ook de drijfveer van hun aller vertrek naar Indie is geweest, onder welke gemoedsstemming zij ook gegaan zijn, hierin stemmen zij allen overeen, dat, de een meer, de ander minder, in hetgeen zij meenden te vinden, teleurgesteld zijn geworden, toen zij met eigen oogen het land van belofte hadden aanschouwd. Het ergste nog wel zij, wier gaan naar Indie het bereiken van het toppuüt hunner wenschen was.

Zijn er juist niet onder hen verscheidenen die, toen zij op een warmen, zonnigen, geurenvollen zomerdag, onder het dikke, beschermende loof van beuk en eik verdiept waren in een werk over Indie, reeds toen verlangd hebben in Indie te zijn! Hebben zij niet, blikkende op die veelzeggende afbeeldingen van een Indische woning, half verscholen in het rijke groen, of op een breeden waterval, hun phantasie den vollen teugel gegeven en met half gesloten oogen doen zweven op de vleugels der om hen vladderende vlinders of doen wiegen op die der vlugge bijen ? Dan wel door het tot droomen aanzettende geluid der vele om hen gonzende insecten, hun omgeving verplaatst gewaand onder den zonnigen tropischen hemel en tegelijk in hun verbeelding die samensmelting van de gemakken der beschaving met de weelderigheid van de tropische plantenwereld bewerkstelligd, zoo geheel in overeenstemming met het innigste verlangen van het juiste oogenbhk? Wel is waar, wanneer door de warmte, het gonzen der insecten, de geuren der bloemen en planten de geest in den aangenamen toestand tusschen waken en droomen verkeerde, waarin zij geen afgeronde, beelden meer kan vormen,