is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

292

om de veelvuldige rooverijen langs liet meer tegen te gaan. De reizigers werden gevangen gehouden in het gezicht van Lago Boti, alwaar een Nederlandsch controleur geplaatst is en ook eenige militaire bezetting ligt! Verder troffen de reizigers in het centrum der Battaklanden, een bende Atjehers, die zich te midden der Batta's genesteld hebben, met welke bedoelingen valt nog al licht te raden. Op dezen toestand werd reeds in dit Tijdschrift, Augustus aflevering 1886 pag. 140, gewezen.

Nu wederom hoort men geruchten dat de Atjehers zich zouden verzamelen in kampong Koeala op de grens tusschen de Alas en Battaklanden. Waarom niet eenvoudig die kampong van onruststokers gezuiverd, en dan teruggekeerd? of moeten wij wachten totdat zij, de Atjehers, ons aanvallen ?

Juist bij het sluiten van dezen brief ontvingen wij ondervolgende missive van het bestuur: waaruit ten duidelijkste blijkt hoe overijld de Begeering gehandeld heeft ten opzichte der emigratie van Javanen:

Medan, 23 Augustus 1887.

No. 473/4.

De Regeering verlangt te worden voorgelicht omtrent de vraag, in hoever het wenschelijk zou zijn om de koelie-ordonnantie (Stbl. 1880 n°. 133) in overeenstemming te brengen met die van Sumatra's Westkust (Stbl. 1886 n°. 223), en of nog andere wijzigingen of aanvullingen der koelie-ordonnantie noodig of wenschelijk zouden wezen, waaronder bv. de vaststelling van een minimum maandloon, dat een koeli of werkvrouw in handen moet krijgen om er van te kunnen leven.

Gaarne wenschte ik daaromtrent uwe opinie te vernemen.

(W.g.) De controleur van Medan.

Dat noemt men : „ de put dempen als het kalf verdonkeu is."

27 Augustus 1887.