is toegevoegd aan uw favorieten.

Wat komen zal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zeker meneer."

„Even een velletje papier met wat inkt voor me krijgen, ik wou even iets schrijven."

juffrouw Bes ging, half wantrouwend, met een vaag besef dupe te zijn van een list.

„Vertel nu eens op," zei Bolke haastig, „hoe staat 't met je financiën? Heb je nog geld om van te leven die paar dagen?"

„Van wat ik heb opgespaard, ja."

„Wanneer — hoè kan dat?"

„Toen ik nog meer verdiende heb ik weggelegd, >— later kon ik niet meer sparen, de huur heb ik voor deze week nog, — en nog wel wat over — nee och alsjeblièft niet . ...**

„Waarom niet?" vroeg hij, knorrig zijn hand uit

zijn zak terugtrekkend laat ik je die paar dagen

liever helpen."

„Nee — dank u — 't is erg goed van u — maar dat vind ik zoo ellendig, dat kan ik niet — ik wil 't zelf verdienen

„Je mag 't teruggeven."

„Nee — och toe, liever niet."

„Je bent heel onverstandig," begon hij, maar ze zag er zoo gejaagd en angstig uit, dat hij zweeg. En op dit oogenblik dacht hij voor 't eerst overtuigd;

„Tóch niet zóó maar een. Tóch niet."

„Beloof me dan, dat èls je in nood bent, je aan mij vraagt."

„Ja," zei ze, maar hij zag, dat ze 't niet meende. Op dit oogenblik kwam juffrouw Bes met het papier en den inkt. Ze had zich gehaast, ze hijgde. „Asjeblief."

„Dank ü," zei Bolke gedachtenloos het papier tusschen zijn vingers vouwend.

De oude vrouw zag 't; ze werd rood van ergernis. „O, moet u niet schrijven ?" vroeg ze vinnig. Hij herinnerde zich opeens.

86