is toegevoegd aan je favorieten.

Zwartoogje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VADERS PLANNETJE

en ik wist het niet zo precies. En toen zei me* vrouw, dat ik u moest gaan halen en Lex.”

„Ik ga dadelijk, maar Lex blijft beneden. Zorg daarvoor, Anna. Hoe kon je zó dom zijn, om mevrouw zo op te winden.”

„Ik? Wel, heb je ooit! Nu heb ik het gedaan.”

Toen Lex vastgrijpend, die haar tante naar boven volgen wilde. „Hier blijven, jij.”

Toen Vader een poosje later thuiskwam, vond hij de deur van de huiskamer gesloten, en daar* achter hoorde hij Lexje huilen.

Hij klopte aan en zei: „Doe eens gauw open, wat gebeurt hier?”

De sleutel werd in het slot omgedraaid en nauwelijks gaf de deur mee, of Lexje lag schreiend en snikkend in zijn armen.

„O Paps! O, Papsje!”

„Maar kindje, maar Lexje, wat heb je? Huil toch zo niet.”

En toen tot Anna: „Wat is hier gebeurd? Waarom heb je die deur gesloten?”

Nu kwam de stroom los. Anna vertelde, dat er een agent geweest was, om over Lex te klagen, die zo ondeugend geweest was. Ze had met die Suus van de overkant de hele straat opgebroken.

„Niet waar, niks van waar,” snikte Lexje.

„Wanneer is dat gebeurd?” vroeg Vader.

„Daarnet, hij is net weg.”

„Gek, dat ik niets van die opgebroken straat gezien heb. Met wie heeft de agent gesproken?”

„Met juffer Mien.”

„En waar is die dan nu?”

„Bij mevrouw. Het arme mens was halfdood