is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe overzetting des Ouden Testaments, met aenmerkingen voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cap. XX. S3I

kwam tot Jonathan, en zeide tot hem; waar.

aan heb ik my ftchuldig gemaakt, en welk is tog myn misdryf, dat uwen vader beweegt . om my naar 't leeven te /laan ? Jonathan antwoord- 2 de; zulks verhoede God, gy zult niet fterven. Mynjvader doet niets, het zy dan groot of klem, het welk hy my niet, in vertrouwen zeëëe h (gj waarom zou hy my dan dit verbergen? In de daad er is niets aan! Ch) Maar * David zwoer, dat het zoo was, en voegde er by uw vader weet, hoe zeer ik, in uwe gunst, ftaa, en wil u met bedroeven, door u iets diergelyks bekend te maaken; maar by Goden byuw leeven, tus/chen my en den dood was flegts 'eene ftchree-

de!

hy zig dan ook, den tegenwoordigen goeden luim ten nutte maakte, om zig te vervoegen, by zynen vriend Jonathan, en met deezen te overleggen, welke bellisfende party by nu eindelyk kiezen moest.

U) Een vertrouwen, 't welk beiden aan vader en zoon eer doet, en in 't byzonder een blyk is van Tona. thans voorzigtig gedrag, als door 't welke hy zig te gelyker tyd, van 't vertrouwen zynes vaders en van dat van David, door zynen vader zoo ftrenglyk vervolgd, wist te verzeekeren.

(£) Cap. 19: v. 6. had Saul aan Jonathan, met eede, beloofd, David niet te zullen dooden; en feedert fchynt Jonathan van t hof verwyderd te zyn geweest, misfchien aan t hoofd van eenige benden, om 't land, tegen de lirooperyen der Philistynen, te dekken. Onkundig derhalven van t geen ondertusfchen aan 't hof voorgevallen was, fchynt hy gedagt te hebben, dat men David eene ydele vrees had aangejaagd. De Heer Hesfmeent, dat Jo¬

nathan, nog feedert het voorgevallene te Rama, aan eene verzoening, tusfehen Saul en David, gearbeid had, en zig vleide daarin gedaagd te zyn.

P4