is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeen magazyn van wetenschap, konst en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3l8 DE VOORDEELEK VAN DEN WINTER

Ten vyfden: de Winter is meer gefchikt tot da beoeffening van Kunsten en Wetenfchappeu , dan des Zomer. ——

Zie daar eenige algemeene ftellingen, die ik thans, een weinig nader zal tragten te betoogen, en wel

In de eerjle plaats: dat de Toneelen van den Winter yerheêvener, en in de gevolgen nuttiger zyn , dan di& van den Zomer.

Het zoude de ongerymdheid zelve zyn, het fuiurfche gelaat van den Winter met de lagchende weezenstrekken van den Zomer te willen yergelyken ; te willen beweeren, dat de barre vertooningen van den Winter , wanneer de natuur, van haaren luister beroofd , zich tot haaren ondergang fchynt te neigen , in ons die zagte en ftreelende aandoeningen zouden verwekken , waaraan wy ons by het aanfchouwen der natuur in den Zomer zo gaarne, zo gereedelyk overgeeven.

Men zoude indedaad gevoelloos moeten zyn, om. niet op eene aangenaame wyze getroffen te worden door de verfchei4enheid van die fchoone en bevallige voorwerpen , die wy geduurende den Zomer op het fchouwtoneel der natuur ontmoeten, en die ons van rondsom uitlokken, om in de algemeene vreugde der natuur te deelen.— Dan alle deeze zagte en ftreelende aandoeningen werken op verre na niet met die kracht en levendigheid op onzen geest', als de natuurverfchynfels van den Winter. Integendeel door haare zagtheid wiegen zy de ziel in eenen aangenaame» fluimer.die byna aan den ftaat van ongevoeligheid, of

tea